INTERVIEW met de vader van Ariëlle THEMA : afscheid

Het ging helemaal niet goed met Ariëlle toen ik haar op zo'n behandeltafel met wielen neerlegde en de artsen met haar wegrenden. Ze keek me nog een keer aan, daarna zakten haar ogen dicht. Dat was ons afscheid. Maar het was geen bewust afscheid. Helaas.

Dat ik geen afscheid heb kunnen nemen vind ik niet zo erg. Waar ik wel een trauma aan overgehouden heb, is het handelen van de huisarts. Zij heeft niet tegen ons gezegd dat ze aan een hersenvliesontsteking dacht. Ik heb nog steeds het idee dat als zij goed gehandeld had, mijn dochter in ieder geval nog een kans had gehad. Ik ben wél heel erg op tijd geweest. Ik had al om kwart voor zes 's ochtends in het ziekenhuis kunnen zijn. Twee uur eerder, dat is veel in zo'n situatie.

De arts vindt dat ze geen fout heeft gemaakt. Ik vind van wel. Ze moet daarop gewezen worden, dit mag niet nog een keer gebeuren. Het interesseert me helemaal niet of zij dan uit haar functie gezet wordt. Daarin ben ik misschien wat harder geworden. Je bent als arts bezig met mensenlevens. Daar heb je voor gekozen. Als ik fouten maak op mijn werk word ik er ook op afgerekend.

Ik heb de medische geschillencommissie aangeschreven en formulieren ontvangen om een klacht in te dienen. Ik moet een brief schrijven over wat er gebeurd is. Dat heb ik nog niet gedaan. Dan moet ik aan de slag met haar dood. Met de negatieve dingen. Hoe het wellicht voorkomen had kunnen worden. Ik ben daar nu niet toe in staat. Ik ben een paar keer begonnen, maar als ik alleen al de naam van die arts zie voel ik woede. Ze heeft me nog bozer gemaakt dan ik al was door tijdens een gesprek met ons alles naast zich neer te leggen. Huilend is ze weggelopen. Maar ze heeft geen 'sorry' gezegd of  'ik had het anders moeten doen.' Het is het laatste wat ik nog voor Ariëlle kan doen. Misschien doe ik het vooral voor mezelf, zodat ik het los kan laten. Ariëlle zal ik er nooit mee terug krijgen.

Ik weet niet of het erger is om je kind plotseling te verliezen of na een ziekbed. Een lang ziekbed is geen prettige periode. Ik heb vijf uurtjes stress gehad. Ik ben blij dat Ariëlle geen of weinig pijn heeft gehad, dat haar zwaar lijden bespaard is gebleven. Ach, je kind is dood, dát is erg.


Fragment uit het interview met de vader van Ariëlle, gehouden op 16 maart 2006.
Op een woensdag in augustus 2002 heeft Ariëlle lichte verhoging en is wat onrustig. Haar ouders ontdekken twee rode vlekjes op haar buik. Binnen een kwartier zijn dat er vijftien. De volgende morgen overlijdt Ariëlle in het ziekenhuis aan de gevolgen van hersenvliesontsteking. Ze was toen zevenenhalve maand oud.

DAGBOEK 27 april 2003

Het belooft wéér een prachtige dag te worden, ruim tweeëntwintig graden. Doet het me nu te veel aan de zomer denken? Ben ik daarom zo verdrietig? Het depressieve gevoel is terug. Ik heb me een paar weken heel goed gevoeld, maar vind het nu allemaal weer zo ontzettend zinloos. Ik mis Justin. Ik mis ons vieren. Ik voel me soms intens alleen. Zelfs Elio mis ik. Terwijl hij er gewoon is! Het gaat goed met hem, hij vermaakt zich over het algemeen prima, heeft plezier. Maar ik zie hem zo weinig. Hij gaat naar school, speelt tot zes uur buiten, eet, kijkt televisie en gaat naar bed. Ik voel me een beetje overbodig. Ik kan wel met hem spelen, maar dat is niet altijd wat hij wil. Ik ben nu eenmaal z'n moeder, niet z'n broertje.

DAGBOEK 25 april 2003

De zon schijnt. Elio en ik zijn op weg naar de stad, op de fiets, en besluiten spontaan om het grafje te bezoeken. We geven de viooltjes water en verwijderen verdorde blaadjes en bloemen. Elio is verheugd over de uitbundig bloeiende narcissen. Er ligt een tuinslang op het pad, Elio pakt deze en besproeit de perken. Als we weg gaan zeg ik: 'Dag Justin.'
Elio: 'Slaap maar lekker.'
Ik: 'Slapen, het is zulk mooi weer?!'
Elio: 'Speel maar lekker, misschien is er wel een speeltuin dood en is die ook in de hemel en kun je daarin spelen.'
Terwijl hij dit zegt kijkt hij omhoog.

INTERVIEW met de moeder van Johnny THEMA : afscheid

Ik heb Johnny levend weg zien gaan. Een dag later kwam hij terug in een kist. Het is in een roes gegaan. Ik heb ook geen afscheid genomen van mijn moeder, mijn broer, m'n man. Je zag het wel aankomen, maar kon geen afscheid nemen. Mijn man was al overleden toen ik gewekt werd. Eigenlijk neem je van niemand afscheid. Dat is vreemd. Ik denk dat het verdriet intenser was geweest als ik afscheid had kunnen nemen, dan beleef je het sterker. Ik had meer een schuldvraag: ik had niet goed opgelet.

Als een kind ernstig ziek is, en als je ziet aankomen dat het gaat overlijden, is dat misschien een berusting. Maar het ziekbed moet niet te lang duren. Het is anders bij een verdrinking. Een ziekbed is moeilijker. Daar ga je helemaal in op, je bent er elke dag mee bezig. Je weet niet hoe lang je kind nog moet lijden. Dat lijkt mij zwaarder.


Fragment uit het interview met de moeder van Johnny, gehouden op 23 maart 2006.
In de zomer van 1963 speelde Johnny buiten, op een plek waar hij niet mocht komen met twee meisjes waar hij zelden mee speelde. Hij wilde een stok uit een sloot halen, viel in het water en kon er niet meer uitkomen. Hij is ter plekke overleden. Johnny was vierenhalf jaar oud.

TROOSTBOEK De gebroeders Leeuwenhart - Astrid Lindgren


Ik wilde iets zeggen, maar ik kon het niet. Ik lag alleen maar te luisteren naar het koeren van de duif, en onder het koeren of achter het koeren of hoe moet ik het ook zeggen, hoorde ik de stem van Jonatan. Maar hij klonk niet zoals anders. Het was net of er in de hele keuken gefluisterd werd. Het klinkt gewoon bijna als een spookverhaal, en je had misschien ook wel bang kunnen worden, maar ik werd niet bang. Ik werd alleen maar zo blij dat ik wel tegen het plafond kon springen. Want wat ik te horen kreeg klonk allemaal zo fijn.



Ja hoor, Nangijala bestond! Jonatan wilde dat ik er zo gauw mogelijk naartoe zou komen, want alles is er zo fijn, zei hij. En weet je dat er bij zijn aankomst een huis op hem te wachten stond, dat hij in Nangijala helemaal alleen een eigen huis heeft gekregen! Het is een oude boerderij, zei hij, die de Ruiterhoeve genoemd wordt, en hij staat in het Kersendal, klinkt dat niet fijn? En weet je wat het eerste was dat hij zag toen hij bij de Ruiterhoeve aankwam? Dat was een klein groen bordje op het hek en op dat bordje stond in blokletters: De gebroeders Leeuwenhart.
'En dat betekent dat we er allebei mogen wonen,' zei Jonatan. En dat betekent dus ook dat ik, als ik in Nangijala kom, ook Leeuwenhart mag heten. Daar ben ik blij om, want ik wil natuurlijk het liefst net zoals Jonatan heten, ook al ben ik niet zo dapper als hij.
'Kom maar zo gauw je kunt,' zei hij. 'En als je mij niet thuis in de Ruiterhoeve vindt, dan zit ik aan de rivier te vissen.'
Toen werd het stil, en de duif vloog weg. Weg over de daken van de huizen. Terug naar Nangijala.
En ik lig hier op de bank te wachten tot ik hem achterna mag vliegen. Ik hoop dat het niet moeilijk zal zijn de weg te vinden. Maar Jonatan zei dat het helemaal niet moeilijk was. Voor alle zekerheid heb ik het adres maar opgeschreven:

     De gebroeders Leeuwenhart
     de Ruiterhoeve
     Kersendal
     Nangijala

Jonatan woont daar nu al twee maanden alleen. Al twee lange, afschuwelijke maanden heb ik hem moeten missen. Maar nu kom ik ook gauw naar Nangijala. Ik kan er nu ieder ogenblik naartoe vliegen. Misschien vannacht al wel. Het voelt net of het vannacht al zou kunnen gebeuren. Ik zal een briefje voor mama op de keukentafel neerleggen. Dat vindt ze morgen wel als ze wakker wordt.
Dit komt erop te staan:



(bladzijde 16 - 19)
Uitgeverij Ploegsma, 2002, ISBN 90 216 1592 4

DAGBOEK 22 april 2003

Vandaag gebeurt het weer. Ik zit in de speeltuin en raak via een vriendin in gesprek met een onbekende vader. We hebben het over vakanties. 'Heb je ook twee kinderen?' Aarzelend antwoord ik dat ik er een heb en dat we op zoek zijn naar een vakantiebestemming waar ook hij het naar z'n zin zal hebben. Een paar minuten later vertel ik toch dat Justin acht maanden geleden plotseling is overleden. Ik kan het niet laten. Ik moet het zeggen, door Justin niet te noemen, pleeg ik verraad. Het kent 'het verhaal': 'O, dan ben jij Lizzy.' Ja, ik ben Lizzy. Sinds kort 'de moeder van dat overleden jongetje'. Iedereen weet het, lijkt het wel. Daarna is het stil. Het gesprek stokt.

Gelukkig gebeurt het niet zo vaak dat ik geconfronteerd word met dit soort vragen. Ik ben erg handig geworden in het ontwijken van situaties waarin een dergelijke vraag voor de hand ligt. En ik kom nog weinig in contact met nieuwe mensen. Maar ik ben altijd op mijn hoede.

DAGBOEK 19 april 2003

Vandaag is er een sponsorloop gehouden op school. Hoe meer rondjes de kinderen liepen, hoe meer geld ze binnenhaalden voor de aanschaf van speeltoestellen én een goed doel. Ik had me opgegeven om te helpen en was ingedeeld als straatwacht. Ik kreeg een hoek toegewezen en moest ervoor zorgen dat niemand het parcours ten onrechte betrad. Ook hielp ik gestruikelde kinderen overeind en moedigde de lopers aan.

Plotseling kwam Justin aanrennen. Dat wil zeggen: ik zag één van zijn shirtjes opdoemen. En daarna nog een keer; de HEMA en H&M waren ruim vertegenwoordigd. Oef, daar had ik me niet op voorbereid. De andere kleintjes uit 'zijn' klas waren er ook allemaal. Ik kreeg het er benauwd van.

Elio rende alsof zijn leven er vanaf hing. Telkens als hij me zag, zwaaide hij kort en snel, en sjeesde weer verder. Hij had geen hulp meer nodig.

DAGBOEK 18 april 2003

We gaan naar het grafje. Zoals altijd wil Elio liever niet mee, maar klimt uiteindelijk toch zonder tegenstribbelen op de fiets. Een paar weken geleden hebben we witte viooltjes geplant. Elio heeft ijverig meegeholpen en het lijkt of hij sindsdien minder moeite heeft om naar de begraafplaats te gaan. Hij rent als eerste naar het grafje. Zou hij, net als wij, iets verwachten? Hij ziet meteen wat er 'nieuw' is: een plantje, een tekening, een paar schelpen, kastanjes of een mooie kaart. Hij pakt de grote gieter, scharrelt wat rond en brandt een kaarsje in de kapel. Hij zet zijn kaars steevast op de eerste rij van het stalen rek. Op een dag, rond kerst, stond deze rij helemaal vol. Elio zei: 'Wat veel kaarsen voor Justin hè?!'

Ik pluk de uitgebloeide viooltjes en terwijl ik zo gehurkt bezig ben, snijdt er een gedachte door mijn lichaam. Mijn kind ligt in een kist. Ik heb twee kinderen en een ligt hier in de aarde. Het lijkt wel of ik het nog steeds niet helemaal besef, of deze gedachten me wakker proberen te schudden, de ogen proberen te openen. Het is de realiteit en ik duw hem zo snel mogelijk weg.

INTERVIEW met de moeder van Luuk THEMA : afscheid

Toen we wisten dat Luuk hersendood was, en zijn lichaam nog helemaal warm was, hebben we hem op schoot genomen. Hij heeft na zijn val nog zestien, zeventien uur geleefd. Dat was allemaal afscheid nemen. Hij heeft mij niet meer gehoord maar ik heb hem wel toegesproken.

We hebben gezocht naar bewijs dat Luuk geen pijn heeft geleden. Het was een soort opluchting om te horen dat z'n hersens zo erg beschadigd waren dat het eigenlijk meteen afgelopen was. Ik had het ondraaglijk gevonden als Luuk bijvoorbeeld op z'n benen terecht was gekomen en een moment van besef had gehad. Dat hij beseft had dat hij daar lag, op die stoep, zonder papa of mama bij hem. Pijn, eenzaamheid en verschrikking roept dat bij mij op. Hij had niet 'beter' neer kunnen komen. Het is een implosie geweest, hij had nauwelijks beschadigingen aan de buitenkant.


Fragment uit het interview met de moeder van Luuk, gehouden op 16 februari 2006.
Luuk is in 2004 verongelukt tijdens een speelochtendje bij een vriendinnetje. De kinderen zagen kans op een onveilig balkon op de derde verdieping te komen. Luuk is naar beneden gevallen en de volgende ochtend in het ziekenhuis overleden. Hij was toen ruim vijfenhalf jaar oud.

DAGBOEK 16 april 2003

We zitten aan het ontbijt en Elio strooit heel veel schuddebuikjes op zijn boterham.

- Dat deed Justin ook mam, zo veel, dat mocht eigenlijk niet.
- Hij vond het lekker hè, schuddebuikjes!
- We moeten eigenlijk zo'n pak op het grafje zetten.


Schuddebuikjes zijn hele kleine speculaaskoekjes voor op brood.

INTERVIEW met de vader van Bartje THEMA : afscheid

Kort voordat Bartje doodging hebben we bij ons thuis een heel fijn weekend gehad. Later beschouwde ik dat als afscheid. Ik ben blij dat we dat meegemaakt hebben. Ik heb niet letterlijk afscheid genomen. Als ik dat wel had kunnen doen, was het misschien een kleine troost geweest. Maar ik weet eigenijk niet of afscheid nemen het verdriet tempert. Zijn dood was een verlossing en een tragedie tegelijkertijd. Het lijden hield op, maar wij verloren - toch nog onverwacht - ons kind voor de tweede keer.

Ik denk dat toen de beerput pas echt werd opengetrokken: toen kwam de lawine aan gevoelens. Als ouder van een ziek kind verdring je de wetenschap dat je kind doodgaat. Maar op het moment dat je kind sterft kun je er niet meer omheen. Dan komt de klap. En ondanks het feit dat we er min of meer op voorbereid waren kwam die keihard aan. Ik weet zeker dat veel vrienden en kenissen gedacht hebben dat het een soort opluchting was en wij eindelijk weer een normaal leven konden gaan leiden. Maar dat was niet zo.


Fragment uit het interview met de vader van Bartje, gehouden op 15 oktober 2006.
Bartje is bijna verdronken toen hij zestien maanden oud was en daardoor meervoudig gehandicapt geraakt. In 1990 is hij overleden aan de gevolgen van epilepsie. Hij was toen bijna zeven jaar oud.

DAGBOEK 14 april 2003

Ik wou dat de zwangerschap wat duidelijker merkbaar werd. Het is zo vreemd om niets te voelen van iets dat zoveel invloed heeft. Ik ben blij, het geeft hoop, maar ik ben ook erg wantrouwend. Ik wil er niets over zeggen tegen anderen. Het mag de aandacht niet afhouden van Justin.

Ik heb vreemde gedachten. Een paar dagen geleden constateerde ik ineens dat het grafje links van Justin nog leeg is, terwijl er aan de rechterkant alweer twee kinderen zijn begraven. Er kwam in mij op: die plek is nog leeg want daar komt ons volgende kind. Ook heb ik raar gedroomd. Ik zat op een bank met naast mij twee baby's. Iemand legde een stapel handdoeken op een van de baby's. Ik riep: 'Kijk uit!' De ander zei: 'Het maakt toch niets uit, de baby is al dood.' Bizar hè?

En dan het kamertje. Hoe moet dat nou met het kamertje van Justin als er een kindje komt? Dat gele kamertje op het zuiden, waar hij vijf dagen opgebaard heeft gelegen. Alle tekeningen die voor hem gemaakt zijn liggen nog op zijn bed. Alle knuffels die hij gekregen heeft liggen nog op z'n kussen, precies zoals ze om zijn hoofd gerangschikt waren. In de kast liggen z'n kleren en z'n kaplaarzen, met de Franse modder er nog aan, en z'n nieuwe schoenen voor als hij naar school zou gaan. Zijn afgekloven spenen, z'n werkjes, z'n bak vol keurig opgerolde sokken. Die moeten allemaal een andere plek krijgen want het nieuwe kind heeft recht op een frisse start. Met nieuw behang en nieuwe kleuren.

Ik zie er vreselijk tegenop om daarover na te denken, laat staan om eraan te beginnen. Het is prachtig dat ik zwanger ben, maar het zet ons leven wederom op zijn kop. Laat ik er maar op vertrouwen dat dit op z'n kop zetten in positieve zin uitpakt. Een kind erbij in plaats van een kind eraf.

DAGBOEK 13 APRIL 2003

Het is schitterend weer. Met wat buren en hun kinderen verven we eieren voor Pasen. De grootste pret levert het zoeken (en vinden!) van de versierde eieren op. Daarna drinken we met z'n allen een wijntje op de stoep terwijl de kinderen zich uitstekend vermaken met van alles en nog wat. Het gesprek gaat over voor het eerst naar school gaan, zindelijk worden en speentjes. Ik houd me wat afzijdig, pak het zoveelste toastje. Ik overweeg of ik iets zal zeggen over Justin. Hij was al snel zindelijk, het laatste jaar zelfs ook 's nachts. Eerder dus dan Elio die als zesjarige nog met een luier slaapt. Maar ik doe het niet. Het lijkt allemaal zo in orde, zo gewoon, een vrolijke vrije middag. Er ontbreekt echter een kind. Juist de grootte van de groep maakt dat ik zijn afwezigheid zo ontzettend scherp voel. Niemand noemt zijn naam. Zijn ze bang om onze schijnbare opgewektheid te verstoren?

DAGBOEK 12 april 2003

Het is al een tijdje geleden dat ik de vierde en laatste EMDR-sessie* gehad heb. Ik moest mij weer concentreren op het beeld van mijzelf - waar ik in de spreekkamer van de huisarts ben en probeer om over een dikke muur te klimmen. Dit keer veranderde mijn gevoel van niets doen in een gevoel van niets kunnen, maar wel geprobeerd hebben en dat gevoel is beter te aanvaarden. Ook moest ik weer tegen mezelf zeggen dat ik een goede moeder ben. Deze keer voelde dat geloofwaardiger. Ik wéét dat ik een goede moeder ben, absoluut geen perfecte, maar wel een goede. Maar het blijft een dun gevoel.

Die vijf weken waarin de sessies zich hebben afgespeeld zijn loodzwaar geweest. Ik was in diepe rouw volgens de psychologe. Maar ik denk wel dat de beelden die zijn opgekomen, die nieuwe beelden, me zullen helpen. Ze zijn uit zichzelf gekomen, niemand heeft ze verzonnen of opgelegd. En dat is de kracht ervan. Deze nieuwe beelden zijn als het ware gekoppeld aan de oude, zeer pijnlijke beelden en hebben een verzachtende werking. De uitbarstende vulkaan, de brandende zon en de dikke muur bieden op de een of andere manier troost. Alsof er een scherp randje af is. Het is allemaal iets beter te verdragen, ik heb iets meer vertrouwen gekregen. Vertrouwen dat ik niet elke keer volledig onderuit ga als ik de beelden van Justins laatste momenten voor mij zie. Ik ben blij dat het erop zit en ik ben blij dat ik het gedaan heb.


*Eye Movement Desensitization and Reprocessing, afgekort tot EMDR, is een therapie voor mensen die last blijven houden van de gevolgen van traumatische ervaringen. (zie ook http://www.emdr.nl/) 

DAGBOEK 10 april 2003

Ik ben zwanger.
Vanochtend hebben we stiekem, terwijl Elio nog sliep, de test gedaan. Ook dit soort ongelooflijke dingen kunnen dus gebeuren! We hebben nota bene slechts één keer gevreeën in de vruchtbare periode. Het overviel ons. Daar zat ik dan, op de rand van het bad, met een bekertje urine in de ene en een teststaafje in de andere hand. Ik moest lachen en huilen tegelijk en kon alleen maar denken: ik ben zwanger omdat Justin dood is. Justin is dood en daarom ben ik zwanger.

We zijn 's middags naar pap en mam gereden om het te vertellen. Dat was emotioneel. We willen het verder nog even stil houden, ook voor Elio, er kan nog zoveel mis gaan. Eerst zien dan geloven. Terwijl ik er bij de twee andere zwangerschappen gewoon vanuit ging dat er negen maanden later een kind zou zijn.

Het is mooi dat het mocht gebeuren in een tijd waarin ik - denk ik - door de ergste diepste rouw heen ben. Een periode waarin ik me concentreerde op het muscialoptreden en me goed voelde. Tot nu toe het beste moment om zwanger te worden.

DAGBOEK 6 april 2003

Vanochtend mailde ik een vriendin dat ik tijdens het musicaloptreden even 'Lizzy zonder verdriet' ben geweest. Direct nadat ik het bericht verstuurd had, voelde ik dat het niet klopte: het verdriet is er altijd. Misschien is het wel mijn grootste wens om ervan verlost te zijn. Maar dan ben ik Justin ook kwijt.

DAGBOEK 5 april 2003

Op de kop af zeven maanden na het overlijden van Justin stond ik weer op het toneel. En ik heb me goed gevoeld! Dansen, zingen, genieten. Ik dacht dat ik het nooit meer zou kunnen. We begonnen om vier uur 's middags met de voorbereidingen en deden om drie uur 's nachts het licht uit. Er zat een man of honderd in de zaal. Alle ensemblenummers spetterden, mijn duet was vals - maar wel vermakelijk - en mijn solo klonk beter dan gehoopt. Ik was tevreden. En blij met de oprechte bewondering van het publiek. Na de show heb ik uitbundig gedanst. Een vriendin zei dat het fijn was om mij zo vrolijk te zien. Ik bespeurde een sprankje ongeloof in haar stem: hoe kon dit? Hoe kan een mens doodongelukkig zijn en tegelijkertijd zo stralen?