INTERVIEW met de moeder van Bob THEMA : geloof

Ik geloof niet in één god. Er is meer tussen hemel en aarde. Dat dacht ik altijd al, maar daar ben ik nog meer van overtuigd geraakt door de dingen die ik de laatste jaren heb meegemaakt.

Vlak na het overlijden van Bob (in het ziekenhuis) hadden mijn man en ik allebei heel sterk het gevoel dat zijn ziel er niet meer was. We hebben toen een ster gezien. Voor ons was dat een duidelijk signaal. Tegen de kinderen hebben we gezegd dat Bob een ster is geworden. Dat biedt houvast. Geeft er een vorm aan. En dat was fijn in een periode waarin veel onzekerheid was.

Ik stond een keer te strijken met de radio aan, toen ik het nummer Iris van de Go Go Dolls hoorde. 'Everything is meant to be broken, I just wanted you to know who I am.' Ik moest enorm huilen. Hij wilde gewoon nog even bij ons zijn! Zo voelde het. Waarom overlijdt een kind dat zo ontzettend ziek is anders niet tijdens de zwangerschap? Hij zag er helemaal gaaf uit. Echt een kind van ons. Hij wilde zich nog even laten zien. Hij is er geweest. Dat kun je niet ontkennen.


Fragment uit het interview met de moeder van Bob, gehouden op 14 november 2005.
In mei 2003 is er met 25 weken zwangerschap een pretecho gemaakt. Daaruit bleek dat Bob een 'duidelijk gecompliceerde hartafwijking' had. Na de (normale) bevalling bleek er veel meer aan de hand te zijn. Bob heeft drie uur geleefd.

DAGBOEK 30 juli 2003

We besluiten op de bonnefooi naar een vriendje van Elio te rijden. Hij kampeert met z'n ouders en zus - heel toevallig - een dikke tien kilometer bij ons vandaan.
Ze zijn er.

- En, hoe gaat het met jullie?

Ik barst in tranen uit.

Peter en ik merken dat we het verdriet onder de oppervlakte houden. We duwen uit alle macht. Alsof we een deksel op een pan met levende kreeften moeten houden. Bij het zien of horen van bekenden breekt onze weerstand onmiddellijk. Het deksel vliegt de lucht in. Met een rotvaart. Het lijkt wel een toneelstuk: we spelen een rol. Zodra er verbinding is met ons werkelijke leven, raken we de tekst kwijt. En kunnen niemand anders dan onszelf zijn.

INTERVIEW met de vader van Milan THEMA : geloof

Ik geloof niet. Het overlijden van Milan heeft me eigenlijk nog verder van het geloof gebracht. Als er werkelijk een God zou bestaan, hoe is het dan mogelijk dat zoiets kon gebeuren? Een maand of twee na het overlijden sprak ik een vrouw. Ze zei: 'God heeft graag kinderen om zich heen.' Toen zei ik: 'Waarom moet dat dan precies míjn jongen zijn?'

Ik rijd motor. Als ik morgen tegen een boom rijd, zou ik dat niet erg vinden. Niet dat ik zelfmoord wil plegen hoor, maar ik ben niet meer bang voor de dood. Ik heb de stille hoop dat ik Milan tegenkom. Dat we weer samen zijn. Ik ga niet naar iets onbekends. Natuurlijk laat ik dan m'n gezin achter en zal er veel verdriet zijn. Maar ik ben er niet meer bang voor.

Een collega van mij gaat weleens 'op reis door het heelal'. Iets met indianen en trommels. Hij kan buiten zichzelf treden. We hadden het erover of er iets zou zijn na de dood. Ik liet doorschemeren dat ik benieuwd was hoe het met Milan ging. Hij beloofde dat hij tijdens z'n volgende reis naar hem op zoek zou gaan. Een paar dagen later riep hij me bij zich. Hij was Milan tegengekomen. 'Hij was een beetje verdwaald, en hij is boos en vindt het oneerlijk.' De collega heeft Milan aan de hand meegenomen en op het juiste pad gezet. Hij zei ook dat ik op vogels moest letten. Ik heb tijdens de vakantie extra goed opgelet, maar niets bijzonders gezien. Sinds een maand of drie zie ik overal een duif. Ik weet niet of het steeds dezelfde is. Hij zit bij ons in de boom. Of aan de overkant bij de huizen. Of vlakbij de nieuwe flat van mijn ouders waar ik regelmatig aan het klussen ben. Op de begraafplaats zit ie ook af en toe. Soms denk ik: zou het dan toch?

Ik laat het bij die ene keer. Stel je voor dat ik nieuws krijg dat ik eigenlijk helemaal niet wil horen. Nee, ik geloof er niet in. Maar ik zou het wel heel mooi vinden.


Fragment uit het interview met de vader van Milan, gehouden op1 juni 2006.
Milan is in 2002 plotseling overleden toen hij bijna drieënhalf jaar oud was.

DAGBOEK 27 juli 2003

Naast het verdriet om Justin is er de constante zorg om Elio. We voelen ons intens verantwoordelijk voor zijn welbevinden. Met argusogen volgen we z'n krampachtige pogingen om aansluiting te vinden bij de andere campingkinderen. Kinderen die - vanzelfsprekend - allemaal broers of zussen hebben. Eigenlijk is de confrontatie met zijn zoektocht het zwaarst. Terwijl hij het zelf waarschijnlijk niet als zodanig ervaart. Hij neemt het leven zoals het is. Tegen kinderen die ernaar vragen zegt hij, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, dat hij een broertje heeft. Maar dat die dood is. Ze nemen het voor kennisgeving aan en gaan verder met waarmee ze bezig waren.

INTERVIEW met de moeder van Gijs THEMA : geloof

Ik was altijd heel nuchter: je leeft hier op aarde, daarna ga je dood en dan houdt het op. Punt uit. Ik kon me niets voorstellen bij een hemel. Daar ben ik anders over gaan denken na de dood van Gijs. Ook omdat het wel heel hard is voor jezelf. Dus om het voor mijzelf wat zachter te maken vind ik het fijn om - soms - te geloven dat Gijs bij mijn ouders is. En bij de vader van mijn man. Hij is dus niet alleen. Ze vinden warmte bij elkaar.

Ik had een zekere angst voor de dood. Ik heb het altijd iets mysterieus, iets engs gevonden. Nu ik er zo dichtbij ben geweest, is het enge ervan af. Een dood mens ís niet eng. Ik ben me erg bewust geworden van het feit dat het zomaar afgelopen kan zijn. Daardoor sta ik anders in het leven. Ik ben er niet banger door geworden. Ik denk eerder: geniet maar van wat je wel hebt.

Ik hoop dat ik nog een hele tijd krijg voordat ik dood ga. Voornamelijk voor mijn andere zoon. Als ik doodga is dat wéér een verlies. Ik wil hem zoveel mogelijk ellende besparen. Ook voor mijn man en mezelf hoor, ik wil graag nog een tijdje samen zijn. Of ik Gijs ooit weer zal zien weet ik niet. Mijn grote vraag is hoe we elkaar in godsnaam zullen kunnen vinden. Zijn er vakjes gemaakt?


Fragment uit het interview met de moeder van Gijs, gehouden op 3 juli 2006.
In 1999 wordt er bij Gijs een tumor ontdekt bij de hersenstam. Vier maanden na de ontdekking overlijdt hij. Gijs is zesenhalf jaar oud geworden.

INTERVIEW met de moeder van Luuk THEMA : gezin

Ik vind het verschrikkelijk dat onze dochter haar broertje moet missen. Ik heb zelf zo veel steun aan mijn zussen en broer. Het idee dat ze dát moet missen in het leven vind ik dramatisch. Dat is mijn grote ding. En mijn motivatie om een derde kind te willen. Ik heb wel een motief nodig, een drive. Vooral omdat het via IVF gaat. Ik wil het geprobeerd hebben. Voor haar.


Fragment uit het interview met de moeder van Luuk, gehouden op 16 februari 2006.
Luuk is in 2004 verongelukt tijdens een speelochtendje bij een vriendinnetje. De kinderen zagen kans op een onveilig balkon op de derde verdieping te komen. Luuk is naar beneden gevallen en de volgende ochtend in het ziekenhuis overleden. Hij was toen ruim vijfenhalf jaar oud. Zijn zus was op dat moment acht.

DAGBOEK 24 juli 2003

Ik beweeg me als een schim over de camping. Ik vermijd elk contact, behalve het hoogst noodzakelijke. Terwijl ik soms bijna ontplof van verdriet. Wat dus ook gebeurde: ik ben in een gigantische huilbui geschoten tijdens de afwas in het washok. Gewoon doordat ik inging op de uitnodiging voor een kletsje van een belangstellende campinggenote. Alle opgekropte emoties zochten een uitweg. Tot ontsteltenis van de nietsvermoedende ander. Vreemd genoeg kon ik na deze uitbarsting wel met haar over het weer en het stokbrood keuvelen. De dood van Justin is te groot om alleen te dragen.

INTERVIEW met de moeder van Johnny THEMA : gezin

Ik vond het heerlijk om nog twee kinderen te krijgen nadat Johnny was overleden. Vooral omdat eentje een meisje was. We wilden altijd graag een dochter. Mijn man komt uit een mannenfamilie. Onze dochter is wel een zorgenkindje geweest: ze had last van dauwworm. De angst om haar te verliezen hebben we altijd gehad. Ze werd heel erg beschermd, week niet van mijn zijde. Ze mocht amper alleen naar buiten toe. Ze is een keer weggelopen en stond ook aan de waterkant. Ik dacht dat ik gek werd...

Onze jongste zoon had ik niet meer verwacht. Hij kwam vijf jaar later. Echt een verrassing. In het begin vond ik het niet leuk. Het leeftijdsverschil met de andere twee is groot. Ik moest weer opnieuw beginnen. De angst kwam weer. En de zorgen. Hij was ook allergisch, had ook dauwworm. Ik wist altijd waar onze dochter was, onze jongste moest ik altijd zoeken. Hij vertikte het om te vertellen waar hij heen ging. Hij was nooit op tijd thuis. Dat heeft hij nog steeds. Dat zit gewoon in hem. Later, toen onze dochter uitging, kon ik ontzettend boos worden als ze niet op tijd terug was. Dan zei mijn man: 'Wees blij, ze is er weer, ze is veilig.' Dat voelde ik niet. Ik deed geen oog dicht.

Angst is een enorme factor geweest in het gezin. Nog steeds. Nu heb ik het weer met de kleinkinderen. Dat gaat nooit meer weg.


Fragment uit het interview met de moeder van Johnny, gehouden op 23 maart 2006.
In de zomer van 1963 speelde Johnny buiten, op een plek waar hij niet mocht komen, met twee meisjes waar hij zelden mee speelde. Hij wilde een stok uit een sloot halen, viel in het water en kon er niet meer uitkomen. Hij is ter plekke overleden. Johnny was vierenhalf jaar oud. Als hij overlijdt is zijn broer zes jaar. Twee jaar later wordt zijn zusje geboren, vijf jaar later zijn broertje.

DAGBOEK 22 juli 2003

Op de gekste plekken en tijdstippen duikt Justin op. Bij de Hyper-U-supermarkt hangen levensgrote posters met Elio en Justin erop: Justin in z'n beige korte broek en rode t-shirt, Elio met z'n witte gympen. Samen duwen ze een enorm volgeladen winkelwagen voort. In de kathedraal van Chartres zien we ze naast elkaar op de drempel in de deuropening zitten. In het bos huppelt Justin over de paadjes. Net als vorig jaar. Toen we de weg kwijt waren in het het park van Bibracte. Er is kermis in het dorp en Justin zit verwoed trappend in een autootje. Petje op, grote lach om z'n lippen. Op de camping rent hij achter de kippen aan in zijn veel te lange, op de groei gekochte, regenjas. Mouwen opgestroopt, grote kaplaarzen.

De herinneringen liggen op de loer en bespringen ons onverwacht. We noemen ze onze ´Justinmomenten´. Peter stopt vier handdoeken in de zwemtas.

INTERVIEW met de moeder van Joep THEMA : gezin

Het ergste wat je kan overkomen is gebeurd. En daarmee is ook het besef ontstaan dat het nóg een keer kan gebeuren. Die angst heb ik. Ik ben me altijd wel bewust geweest van de mogelijkheid dat mijn kind zou kunnen overlijden. Maar ik had tegelijkertijd het vertrouwen dat het nooit bij mij zou gebeuren. Altijd bij een ander. Dat vertrouwen is weg. Die ene mag al niet, en zeker niet die tweede. Maar daar kun je helemaal niets mee. Behalve dat ik er knoklust van krijg.

Als ik ouders zie tobben met een ziek kind denk ik: ga naar het ziekenhuis, vlug, rijden! Ik kan er niet tegen als ouders onachtzaam met hun kinderen omgaan, hun kinderen verwaarlozen. Verschrikkelijk vind ik dat. Ik kijk niet meer naar programma's over kinderen die achtergesteld of mishandeld worden. Dan ga ik over m'n nek. Dat is altijd een open putje. Het deksel is eraf.


Fragment uit het interview met de moeder van Joep, gehouden op 10 maart 2006.
Joep kreeg hersenvliesontsteking toen hij 9 weken oud was en is de rest van zijn korte leven ziek geweest. In 2004, drie weken nadat de artsen hem hadden opgegeven, is hij na een zware doodstrijd overleden. Joep was toen bijna drie.
Zijn broertje was zeven maanden oud toen Joep overleed.

DAGBOEK 20 juli 2003

Ik wil het uitschreeuwen: 'Het is niet zoals jullie denken dat het is, er ontbreekt er ééntje!' De confrontatie met andere gezinnen die zo tevreden tuttelen met hun kroost is bijna ondraaglijk. We trekken ons terug. Integreren alleen ten bate van Elio. En missen Justin vreselijk.

DAGBOEK 19 juli 2003

Tegen onze verwachting in viel de heenreis van drie dagen, met spannende overnachtingen in chambres d'hôtes, mee. Er ontstond zelfs een soort zin-in-avontuur-gevoel. Een oud vertrouwd gevoel. Totdat we de tweede dag voor onze tent (die we anders nooit gehuurd zouden hebben) op de camping (die we anders nooit uitgezocht zouden hebben) aan het ontbijt zaten. Het gemis hakte er meedogenloos en nietsontziend in. Waar was Justin? Wat was er in vredesnaam gebeurd? Waarom was die stoel leeg? En vooral: ziet dan niemand dat ons iets verschrikkelijks is overkomen?

DAGBOEK 18 juli 2003

Het is kwart over elf 's ochtends. We zijn vroeg vertrokken en hebben nu onze eerste stop. De temperatuur is aangenaam. Het is bewolkt en er schijnt een flauw zonnetje. We staan op een parkeerplaats in de buurt van Antwerpen. Hier zijn we vorig jaar ook geweest. Toen regende het pijpenstelen. Justin had een vage diarree en moest dus vaak naar de wc. De regenjacks hadden we, heel praktisch, onderin het dakkoffer gestopt. Ik zie ons nog het restaurant binnenrennen en tevergeefs aan de wc-deur rammelen. We hebben net weer dezelfde fout gemaakt. Je moet namelijk eerst aan de bar betalen alvorens de bazin op afstand - met een druk op de knop - de deur ontgrendelt. Justin kneep z'n billen stijf tegen elkaar en stapte even later opgelucht de auto weer in.

En zo beleven we de vakantie van vorig jaar opnieuw. De vakantie die we na thuiskomst onmiddellijk verdrongen hebben. De vakantie die werd overschaduwd door HET VRESELIJKE. We hebben er nooit over verteld. Nooit herinneringen opgehaald. Nooit gezwijmeld bij het bekijken van de foto's.

DAGBOEK 2 juli 2003

De beslissing is genomen. We gaan tóch naar Frankrijk. Met de auto. Kamperen. Tweeënhalve week. We hebben een kant-en-klare-tent gehuurd op een 'kindvriendelijke' camping. Half juli vertrekken we. Ik ben blij dat de knoop is doorgehakt. Maar ik snap er helemaal niets van. Waarom doen we onszelf dit aan? Waarom kiezen we voor een vakantie die heel confronterend zal zijn? Die ons zal herinneren aan de laatste vakantie met Justin. Of is dat juist de bedoeling? Misschien maakt het niet uit waar we naartoe gaan of wat we gaan doen. Het verdriet zit in ons. En Justin is - nu - onlosmakelijk met dat verdriet verbonden.  Als we het thuis laten, laten we Justin ook achter.

DAGBOEK 1 juli 2003

Onze besluitvorming over de invulling van de zomervakantie had een zeer grillig verloop. We wilden absoluut niet meer in onze tent kamperen. We wilden ook niet met een andere, complete - en dus happy - familie op stap. Dat was te confronterend. Er moesten mogelijkheden zijn voor Elio om vriendjes te maken. We gingen liever niet wéér met de auto. En ook liever niet wéér naar Frankrijk. Bovendien waren we van mening dat we onder ogen moesten zien dat we voortaan een gezin van drie zouden zijn. Dus geen afspraken met vrienden of familie.

We dreven met vele denkstromen mee en konden geen knopen doorhakken. En door al het uitstellen werd de keus wat betreft bestemmingen en vluchten steeds beperkter. De vakantie begon een obsessie te worden.