De bel gaat. Ik zit op zolder en doe een zoveelste poging om wat te werken. Ik twijfel of ik open zal doen. De telefoon laat ik ook zeer regelmatig gaan. Gelukkig accepteren de meeste bellers dat en spreken in dat ze zelf weer contact op zullen nemen. 's Avonds ben ik gewoon te moe om een gesprek te voeren. Overdag heb ik veel energie en rust nodig om de dagelijkse dingen te kunnen doen.
Ik besluit toch naar beneden te gaan. Een klasgenoot van de middelbare school staat op de stoep. Ik heb haar minstens zeven jaar geleden voor het laatst gezien. Ze heeft het gehoord van Justin. Of ik wil vertellen wat er gebeurd is. Ik probeer een kort, afstandelijk verslag te geven. Maar het lukt me niet. De tranen stromen over mijn wangen. Het vreemde is dat ik beter kan vertellen over de periode dat hij dood is, dan over zijn sterven. Dat is een vreselijk traumatische gebeurtenis.
We kwamen dinsdag terug van vakantie uit Frankrijk. Tijdens de autorit, die we trouwens heel relaxed hebben laten verlopen, was Justin al niet helemaal lekker. Hij wilde nauwelijks eten en het stickerboek waar hij altijd dol op was, kon hem niet boeien. Om half elf 's avonds lag hij in bed. Hij viel meteen in slaap met zijn vertrouwde knuffel en dito speen. De volgende ochtend moest hij overgeven. Dat zat hem dus dwars. Dachten wij. De rest van de dag bracht hij door op de bank in de kamer. Hij spuugde veel. Wij waren bezig met uitpakken, post lezen en wassen draaien. Met frisse tegenzin bereidden we ons voor op het nieuwe werk- en schoolseizoen. Peter moest donderdag beginnen met een presentatie op zijn werk. Elio had zwemles en mocht waarschijnlijk naar het volgende bad. Belangrijke zaken.
Die woensdagnacht sliep Justin slecht. Hij woelde, klaagde dat hij het warm had - terwijl hij koortsvrij was - ademde slecht, kon de slaap niet vatten. Maar hij spuugde niet meer, hield weer wat water binnen, plaste normaal en had geen diarree. We waren er zo van overtuigd dat hij met wat slaap op zou knappen, dat we niet eens op het idee kwamen om de dokter te bellen. Zijn benauwdheid was ons bekend. Hij had een lichte vorm van astma en kreeg daar medicijnen voor. De volgende ochtend maakte Peter toch een afspraak met de huisarts. Een vervanger. Peter was niet ongerust. Hij heeft het woord benauwdheid niet in de mond genomen. Ik vertrok met Elio naar het zwembad. Peter verruilde zijn korte broek voor z'n pak en ging meteen na mijn terugkomst naar Den Haag. Elio ging bij een vriendje spelen zodat ik rustig met Justin naar de dokter kon.
Ik was ongerust. Ik drentelde om hem heen. Hij lag ondertussen in zijn eigen bed, boven. Ik gaf hem drinken, maakte zijn washandje nat, wreef zijn vingers - die opvallend koud aanvoelden - maar kreeg ze niet warm. Ook de kruik die ik bij z'n voeten legde, leek weinig effect te hebben. Hij lag met zijn armpjes omhoog, ademde snel, zijn borstkas bewoog zichtbaar. Ik keek honderd keer op mijn horloge. Eindelijk droeg ik hem de auto in. Hij voelde slap. Zei niets. Er flitste door mijn hoofd dat ik helemaal niet naar de dokter moest maar naar het ziekenhuis.
Toch rijd ik naar de huisarts. Ik sjouw de hele parkeergarage door en wacht netjes in de wachtkamer op mijn beurt. Een vrouw laat mij voorgaan, ze weet me daartoe slechts met moeite te overreden. De dokter zegt: 'Daar zit een jongetje dat het heel benauwd heeft', en beantwoordt vervolgens tamelijk uitvoerig een telefoontje. Ik sta erbij en doe niets. Justin hangt slap in de buggy. De dokter onderzoekt hem. Mijn mededeling dat Justin zich steeds verslikt, brengt iets bij hem teweeg. Hij bestelt onmiddellijk een ambulance. Justin kijkt me niet meer aan. Ik barst in huilen uit. Voel me voornamelijk opgelucht. De arts heeft immers gezegd dat Justin zal opknappen als hij wat zuurstof krijgt. Eindelijk gebeurt er iets.
Het ambulancepersoneel draagt hem de ziekenwagen in. Hij krijgt zuurstof en een infuus. Ik houd zijn voetje vast. De broeder pakt ineens een beer, ergens van een plank. 'Hier, voor als hij weer beter is.' Verbaasd vraag ik me af of ze een hele voorraad knuffels klaar hebben liggen voor zieke kinderen. In mijn ooghoek zie ik de lijnen op de monitoren niet veranderen. Ik laat dit beeld niet tot me doordringen.
In het ziekenhuis aangekomen, wordt Justin met de lift naar boven gebracht. Een heel team staat klaar. Er wordt van alles geroepen. Ik voel me overbodig. Een verpleegkundige brengt me naar een klein kamertje. Niemand zegt iets over de toestand van Justin. Behalve een jeugdige co-assistent: ze mompelt dat ze niet weet waar het over gaat, maar dat het wel goed zal komen. Ik ben blij als ze me alleen laat. Naast mij hoor ik een vrouw hartverscheurend huilen. Die heeft een slecht bericht gekregen, denk ik, maar mij komen ze zo vertellen dat het goed gaat met Justin. Ik huil met haar mee. Dan komt de kinderarts met twee verpleegkundigen mijn kamertje binnen. Ze schudt haar hoofd en zegt: 'Justin is overleden.' En ik weet dat het waar is. Ik schreeuw: 'Neeeeeeeeeeeeeeeeeee', en kan niet meer stoppen. Minutenlang krijs ik de longen uit mijn lijf. Zodra ik ophoud met schreeuwen, voel ik me zo verschrikkelijk dat ik weer opnieuw begin. Niemand kan mij troosten.
Na een heel lange tijd kom ik toch wat tot bedaren. Peter loopt de kamer binnen. Ik had hem gebeld meteen nadat ik in het ziekenhuis was aangekomen. Hij kijkt verwilderd en zegt: 'Wat is hier in godsnaam aan de hand?' Ik zeg: 'Justin is dood.' Natuurlijk geloof hij het niet. Hij wil hem zien. Ik niet.
Daar ligt hij, met zijn ogen een klein stukje open. Zo duidelijk dood. Zo overduidelijk. Geen twijfel mogelijk. En geen hoop.
Mijn klasgenote huilt met me mee. Elke keer als ik het verhaal vertel, doet het zo'n afgrijselijke pijn. Daarom vertel ik het nog maar zelden. Ik zou willen dat die twee dagen uit mijn geheugen gewist konden worden. Een zwart gat is duizendmaal beter dan deze beelden. Maar ik zal ermee moeten leren leven.
Justin overleed volkomen onverwacht op 29 augustus 2002. Hij was bijna vier. Gedurende twee jaar na zijn overlijden heb ik een dagboek bijgehouden. Op deze weblog staan fragmenten uit dit dagboek, fragmenten uit mijn interviews met andere ouders van een overleden kind, alinea's uit troostboeken, troostmuziek, gastblogs en nieuwe stukjes. Ik bied mijn weblog aan als platform voor alle ouders van een overleden kind om het verdriet én het vertrouwen in het leven te delen.
Posts tonen met het label wat is er gebeurd?. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wat is er gebeurd?. Alle posts tonen
Abonneren op:
Posts (Atom)