Ik geloof niet in God, ik geloof meer in zielen. Die zijn ergens en ik zal Jasmijn ooit nog een keer zien. Maar dat geloof helpt niet, want ik moet haar hier missen. Ik wil haar nu zien, niet over vijftig jaar. Het verlangen zit zo diep, kon ik haar maar even vasthouden. Ze had ook moeten opgroeien. Je hoort niet dood te gaan als je vier bent.
Ik ben niet meer bang om dood te gaan. Ik wil nog niet dood, ik wil nog niet weg van mijn andere kinderen. Maar als ik doodga, dan zie ik haar. Daar houd ik me gewoon aan vast.
We hebben een paar tekens gehad. Tijdens de begrafenis hebben we ballonnen opgelaten. Het regende heel hard en de wind woei naar de andere kant van Nijmegen. Toen we terugkwamen, dwarrelde er een roze ballon in het gangetje achter ons huis. Daar heeft Jasmijn iets mee bedoeld. Zij heeft hem gestuurd, dacht ik meteen. Dat wil ik denken. Het was bijna onmogelijk dat die ballon hier kon zijn.
De kat deed ook opeens heel raar. Na haar overlijden sprong hij steeds in en bovenop de speelgoedkast, terwijl hij daarvoor nooit iets met die kast had. Zou Jasmijn in de buurt zijn?
Fragment uit het interview met de moeder van Jasmijn, gehouden op 2 november 2006.
Jasmijn is in 2003 plotseling overleden, ze was toen ruim vierenhalf jaar oud.
Justin overleed volkomen onverwacht op 29 augustus 2002. Hij was bijna vier. Gedurende twee jaar na zijn overlijden heb ik een dagboek bijgehouden. Op deze weblog staan fragmenten uit dit dagboek, fragmenten uit mijn interviews met andere ouders van een overleden kind, alinea's uit troostboeken, troostmuziek, gastblogs en nieuwe stukjes. Ik bied mijn weblog aan als platform voor alle ouders van een overleden kind om het verdriet én het vertrouwen in het leven te delen.
Posts tonen met het label INTERVIEW geloof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label INTERVIEW geloof. Alle posts tonen
INTERVIEW met de moeder van Bartje THEMA : geloof
Ik ben zonder geloof opgegroeid. Toen ik mijn man leerde kennen, ben ik met het katholieke geloof in aanraking gekomen. We zijn samen op zoektocht gegaan en uiteindelijk beland bij de Lutherse kerk in Amerika, waar we toen woonden. Onze kinderen zijn luthers gedoopt.
Het geloof heeft mij troost gebracht. Je kunt alles zeggen en roepen tegen God zonder dat het je verweten wordt: de liefde blijft bestaan. Ik kon m'n verdriet kwijt, had het gevoel dat er iemand naar mij luisterde. Ik mócht boos zijn. Maar ik heb er ook erg tegenaan geschopt. Als er dan een God is en hij houdt zo veel van ons, van zijn kinderen, hoe kan hij mij dan m'n kind ontnemen? Ik heb er veel over gelezen en veel over gepraat. Nu ben ik van mening dat God niet alles in z'n handen heeft. Dit is niet zijn wens is geweest. Hij kan niet alles bepalen. Hij huilt net zo goed om dit verlies.
Ik heb niet het gevoel dat het over is, nu Bartje dood is. Hij wacht daar op ons en het gaat goed met hem. Die gedachte geeft troost. Anders zou ik een heel leeg gevoel hebben. Hij heeft zo'n kort vreugdevol leven gehad, anderhalf jaar maar, en daarna was het vooral lijden. Het klinkt misschien raar, maar ik ben niet bang om dood te gaan. Ik zou niet dood willen, ik heb hier hopelijk nog een heel leven, een taak. En ik ben onmisbaar. Maar als het zover is, ben ik er niet bang voor.
Fragment uit het interview met de moeder van Bartje, gehouden op 22 april 2006.
Bartje is bijna verdronken toen hij zestien maanden oud was en daardoor meervoudig gehandicapt geraakt. In 1990 is hij tamelijk onverwacht overleden aan de gevolgen van epilepsie. Hij was toen bijna zeven.
Het geloof heeft mij troost gebracht. Je kunt alles zeggen en roepen tegen God zonder dat het je verweten wordt: de liefde blijft bestaan. Ik kon m'n verdriet kwijt, had het gevoel dat er iemand naar mij luisterde. Ik mócht boos zijn. Maar ik heb er ook erg tegenaan geschopt. Als er dan een God is en hij houdt zo veel van ons, van zijn kinderen, hoe kan hij mij dan m'n kind ontnemen? Ik heb er veel over gelezen en veel over gepraat. Nu ben ik van mening dat God niet alles in z'n handen heeft. Dit is niet zijn wens is geweest. Hij kan niet alles bepalen. Hij huilt net zo goed om dit verlies.
Ik heb niet het gevoel dat het over is, nu Bartje dood is. Hij wacht daar op ons en het gaat goed met hem. Die gedachte geeft troost. Anders zou ik een heel leeg gevoel hebben. Hij heeft zo'n kort vreugdevol leven gehad, anderhalf jaar maar, en daarna was het vooral lijden. Het klinkt misschien raar, maar ik ben niet bang om dood te gaan. Ik zou niet dood willen, ik heb hier hopelijk nog een heel leven, een taak. En ik ben onmisbaar. Maar als het zover is, ben ik er niet bang voor.
Fragment uit het interview met de moeder van Bartje, gehouden op 22 april 2006.
Bartje is bijna verdronken toen hij zestien maanden oud was en daardoor meervoudig gehandicapt geraakt. In 1990 is hij tamelijk onverwacht overleden aan de gevolgen van epilepsie. Hij was toen bijna zeven.
INTERVIEW met de moeder van Luuk THEMA : geloof
Als het zo moest zijn dat Luuk dood moest gaan, dan kan ik zien dat het zo moest zijn voor mij. Om te ontdekken wat voor waarde onze dochter heeft. Het is een soort terugtrekken van Luuk om dieper bij de waarheid van het leven te komen. En die waarheid is dat de liefde tussen mensen allesoverheersend is. Liefde is het meest essentiële in het leven. Dat daagt mij nu meer dan toen hij er nog was. De liefde die wij alle drie voor Luuk hebben is zo diep, zo groot! Ruimtevullend. Het is bijzonder hoe een kind in je leven komt, je beduusd laat staan van hoe lief en schattig hij is en dan vertrekt op z'n hoogtepunt. Het spoor dat hij achterlaat is overweldigend. Dat is ook waar ik het meest van de tijd mee bezig ben: een gevoel van verwondering over wat er in mijn leven kwam en weer ging.
Ik ben op zoek naar 'bewijsstukken'. Ik ga af en toe naar een helderziende die met Bachremedies werkt. Twee maanden voor Luuks overlijden was ik bij haar. Ze trok tarotkaarten. Voor Luuk trok ze de onheilspeller. Op de kaart stond: 'De zeis kapt met één slag het graan en kondigt zo het onheil aan. Een scheiding maakt ons leven zuur, gelukkig is deze van korte duur.' Ik vond het zo'n rare kaart, kon er niets mee. Ze gaf me ook druppels. Op het recept stond dat ik moest stoppen in - wat later bleek - de week voordat Luuk van het balkon viel. Dit is voor mij een mogelijk bewijs dat er méér is, dat dit moest gebeuren. Ik werd met die druppels voorbereid op het meest dominante gevoel dat ik daarna heb gehad: verbolgenheid. Het zou kunnen dat het mijn opdracht is om daar in dit leven korte metten mee te maken.
Dat soort bewijs maakt mij rustig. Hoe meer bewijs ik verwerf dat het zo moest zijn, hoe makkelijker ik ermee kan leven. Zijn ziel is er nog. Die is weer terug in ons gegaan. Ik zie het als een soort omgekeerde geboorte. Hij loopt met ons op. Als ik maar genoeg overtuiging heb dat zijn dood niet het eindpunt is, kan ik mij voldoende troosten met de aanwezigheid van zijn ziel. Natuurlijk wil ik hem liever in levenden lijve vasthouden. Maar dit moest nu, op deze manier, gedaan worden.
Fragment uit het interview met de moeder van Luuk, gehouden op 13 februari 2006.
Luuk is in 2004 plotseling overleden, hij was toen ruim vijfenhalf jaar oud.
Ik ben op zoek naar 'bewijsstukken'. Ik ga af en toe naar een helderziende die met Bachremedies werkt. Twee maanden voor Luuks overlijden was ik bij haar. Ze trok tarotkaarten. Voor Luuk trok ze de onheilspeller. Op de kaart stond: 'De zeis kapt met één slag het graan en kondigt zo het onheil aan. Een scheiding maakt ons leven zuur, gelukkig is deze van korte duur.' Ik vond het zo'n rare kaart, kon er niets mee. Ze gaf me ook druppels. Op het recept stond dat ik moest stoppen in - wat later bleek - de week voordat Luuk van het balkon viel. Dit is voor mij een mogelijk bewijs dat er méér is, dat dit moest gebeuren. Ik werd met die druppels voorbereid op het meest dominante gevoel dat ik daarna heb gehad: verbolgenheid. Het zou kunnen dat het mijn opdracht is om daar in dit leven korte metten mee te maken.
Dat soort bewijs maakt mij rustig. Hoe meer bewijs ik verwerf dat het zo moest zijn, hoe makkelijker ik ermee kan leven. Zijn ziel is er nog. Die is weer terug in ons gegaan. Ik zie het als een soort omgekeerde geboorte. Hij loopt met ons op. Als ik maar genoeg overtuiging heb dat zijn dood niet het eindpunt is, kan ik mij voldoende troosten met de aanwezigheid van zijn ziel. Natuurlijk wil ik hem liever in levenden lijve vasthouden. Maar dit moest nu, op deze manier, gedaan worden.
Fragment uit het interview met de moeder van Luuk, gehouden op 13 februari 2006.
Luuk is in 2004 plotseling overleden, hij was toen ruim vijfenhalf jaar oud.
INTERVIEW met de vader van Jerome THEMA : geloof
Ik geloof in een hogere macht. Ik zie het zo: er is een schrijver die een boek heeft geschreven waar ik in voor kom. Iedereen heeft zijn eigen boek. We leven onze eigen hoofdstukjes. Dat is complex en heel knap gedaan door die schrijver. Ik geloof niet in toeval. Maar als het leven een les is, weet ik niet wat de boodschap van het overlijden van Jerome is. Ik zou het boek willen herschrijven.
Ik ben meer met de dood bezig dan vroeger. Ik ben bang voor de dood. Als ik in bed stap voel ik angst. Angst om zelf dood te gaan, zodat ik niet meer weet hoe het met mijn gezin gaat.
Als er iets bijzonders gebeurt, hebben we de neiging om daar een verklaring voor te willen vinden. Ik was een keer alleen op de begraafplaats. Het was mooi weer, windstil. Bij Jerome staat een molentje. Het ging draaien. Alleen dat molentje. Terwijl er een heleboel stonden. Aan de ene kant wilde ik geloven dat het een teken van hem was. Aan de andere kant dacht ik: was er toch niet een klein beetje wind?
Het geloof zegt: 'Het is zo', de wetenschap zegt: 'Nee, ik ga er eerst een verklaring voor zoeken.' Het is altijd hinken tussen die twee. Ik heb daar nog geen balans in gevonden. Ik zit ermee dat je dingen in een ander perspectief gaat zien, gaat interpreteren als een teken. Ik ben bang dat ik mezelf in de maling ga lopen nemen.
Fragment uit het interview met de vader van Jerome, gehouden op 24 november 2005.
Jerome is in 2003 plotseling overleden toen hij 3 jaar en 8 maanden oud was.
Ik ben meer met de dood bezig dan vroeger. Ik ben bang voor de dood. Als ik in bed stap voel ik angst. Angst om zelf dood te gaan, zodat ik niet meer weet hoe het met mijn gezin gaat.
Als er iets bijzonders gebeurt, hebben we de neiging om daar een verklaring voor te willen vinden. Ik was een keer alleen op de begraafplaats. Het was mooi weer, windstil. Bij Jerome staat een molentje. Het ging draaien. Alleen dat molentje. Terwijl er een heleboel stonden. Aan de ene kant wilde ik geloven dat het een teken van hem was. Aan de andere kant dacht ik: was er toch niet een klein beetje wind?
Het geloof zegt: 'Het is zo', de wetenschap zegt: 'Nee, ik ga er eerst een verklaring voor zoeken.' Het is altijd hinken tussen die twee. Ik heb daar nog geen balans in gevonden. Ik zit ermee dat je dingen in een ander perspectief gaat zien, gaat interpreteren als een teken. Ik ben bang dat ik mezelf in de maling ga lopen nemen.
Fragment uit het interview met de vader van Jerome, gehouden op 24 november 2005.
Jerome is in 2003 plotseling overleden toen hij 3 jaar en 8 maanden oud was.
INTERVIEW met de vader van Bartje THEMA : geloof
Ik ben katholiek opgevoed. Later zijn mijn vrouw en ik Lutheraan geworden. Toen het ongeluk met Bartje gebeurde, is dat geloof omgeslagen in een soort woede: waarom moest dit gebeuren? In Amerika hebben mensen gezegd: 'Dit is gebeurd omdat God jullie straft.' Het was heel schokkend dat ze dat gewoon recht in je gezicht zeiden. Daar ben ik lang mee bezig geweest. Het heeft tot een verwijdering van het geloof geleid. Ik was zo kwaad. Waarom gebeuren slechte dingen met goede mensen? Het boek Als 't kwaad goede mensen treft* heeft me een andere visie gegeven op het geloof. God is niet zo almachtig als wij denken. Hij leeft met je mee. Maar Hij is niet in staat om alles voor je te veranderen. Dat heeft het voor mij veel acceptabeler gemaakt.
Nu denk ik dat je alles niet zo letterlijk moet nemen. God kan niet alles, maar hij kan je wel steunen. Het feit dat zich allemaal mensen aandienden om Bartje met zijn therapie te helpen - waar we veel steun aan hadden - zie ik als iets van God. Het is niet heel absoluut. Meer een vermoeden. Zuiver wetenschappelijk gezien klopt het natuurlijk niet. Gevoelsmatig heb ik er vrede mee.
Ik heb altijd gehoopt dat het zou gebeuren, maar ik heb nog geen teken gehad. Ik heb één keer gedroomd dat hij zei dat het goed was. Ik vind het moeilijk voor te stellen hoe het is na de dood. Wat voor entiteit is Bartje dan? Bartje is altijd Bartje gebleven. Ik heb geen beeld van hem als volwassene.
Dat hij nooit een voltooid leven zal hebben... Dát heeft me het meest aangegrepen.
Fragment uit het interview met de vader van Bartje, gehouden op 15 oktober 2006.
Bartje is bijna verdronken toen hij zestien maanden oud was en daardoor meervoudig gehandicapt geraakt. In 1990 is hij tamelijk onverwacht overleden aan de gevolgen van epilepsie. Hij was toen bijna zeven. *Als 't kwaad goede mensen treft is geschreven door Harold S. Kushner.
Nu denk ik dat je alles niet zo letterlijk moet nemen. God kan niet alles, maar hij kan je wel steunen. Het feit dat zich allemaal mensen aandienden om Bartje met zijn therapie te helpen - waar we veel steun aan hadden - zie ik als iets van God. Het is niet heel absoluut. Meer een vermoeden. Zuiver wetenschappelijk gezien klopt het natuurlijk niet. Gevoelsmatig heb ik er vrede mee.
Ik heb altijd gehoopt dat het zou gebeuren, maar ik heb nog geen teken gehad. Ik heb één keer gedroomd dat hij zei dat het goed was. Ik vind het moeilijk voor te stellen hoe het is na de dood. Wat voor entiteit is Bartje dan? Bartje is altijd Bartje gebleven. Ik heb geen beeld van hem als volwassene.
Dat hij nooit een voltooid leven zal hebben... Dát heeft me het meest aangegrepen.
Fragment uit het interview met de vader van Bartje, gehouden op 15 oktober 2006.
Bartje is bijna verdronken toen hij zestien maanden oud was en daardoor meervoudig gehandicapt geraakt. In 1990 is hij tamelijk onverwacht overleden aan de gevolgen van epilepsie. Hij was toen bijna zeven. *Als 't kwaad goede mensen treft is geschreven door Harold S. Kushner.
INTERVIEW met de moeder van Floris THEMA : geloof
Ik geloofde al wel dat er leven na de dood is. Nu, na het overlijden van Floris, geloof ik dat voor duizend procent. Dat spirituele is nieuw. Daar was ik vroeger te nuchter voor. Ik heb een afspraak gemaakt met een achternichtje. Zij kan contact maken met overledenen. Ik mag haar graag, geloof wel in haar. En ik was nieuwsgierig. Niet radeloos. Zij vertelde dingen die ik heel prettig vond om te horen. Allemaal positieve dingen. Niet in de trant van dat hij het verschrikkelijk vindt daarboven. Of dat het mijn schuld is. Ze gaf ook een 'reden' voor het overlijden. Floris heeft zijn tweelingzusje geholpen om de eerste stappen op aarde te zetten. Hij heeft gewacht totdat hij voelde dat ze happy was. Toen kon hij gaan.
Ik wilde ook iemand spreken die mij volstrekt niet kent. In Londen ben ik bij een man geweest: het hoogste van het hoogste. Hij zei allemaal dingen die klopten. Ik heb gevraagd: 'Was it written in the stars that he would deceise?' Hij antwoordde: 'Yes, unfortunately.' Het doel van Floris was om hier heel kort te zijn om anderen te helpen. Alle mensen zijn op aarde met een doel. Vervolgens concentreerde hij zich en zei dat hij een jongetje van vier zag. 'Dat kan niet', zei ik, 'Floris was twee, hij zou nu vier jaar geweest zijn.' Waarop die man reageerde met: 'Hij voelt als vier, ziet eruit als twee. Bol gezicht, witte haren, blauwe ogen.' Hoe kan hij dat nou weten? Hij zei ook dat ik die afspraak met hem had gemaakt om bewijs te krijgen. Dat was inderdaad zo. 'Ik geef je het mooiste kerstcadeau dat je ooit zult krijgen', beloofde hij. 'Op kerstavond moet je om tien uur drie foto's maken van de kerstboom: midden, links en rechts.' Ik heb op het bewuste moment achter elkaar gefotografeerd. Op de foto's zie je allemaal witte bollen. Steeds op een andere plek. Op één foto zie je twee rode ballen. Misschien was dat wel de tienuurfoto. Het geeft mij een goed gevoel. Het gevolg is wel dat ik op elke digitale foto naar witte bollen zoek.
Fragment uit het interview met de moeder van Floris, gehouden op 21 januari 2006.
Floris is in 2003 plotseling overleden, hij was toen ruim twee jaar oud. Hij heeft een tweelingzusje.
Ik wilde ook iemand spreken die mij volstrekt niet kent. In Londen ben ik bij een man geweest: het hoogste van het hoogste. Hij zei allemaal dingen die klopten. Ik heb gevraagd: 'Was it written in the stars that he would deceise?' Hij antwoordde: 'Yes, unfortunately.' Het doel van Floris was om hier heel kort te zijn om anderen te helpen. Alle mensen zijn op aarde met een doel. Vervolgens concentreerde hij zich en zei dat hij een jongetje van vier zag. 'Dat kan niet', zei ik, 'Floris was twee, hij zou nu vier jaar geweest zijn.' Waarop die man reageerde met: 'Hij voelt als vier, ziet eruit als twee. Bol gezicht, witte haren, blauwe ogen.' Hoe kan hij dat nou weten? Hij zei ook dat ik die afspraak met hem had gemaakt om bewijs te krijgen. Dat was inderdaad zo. 'Ik geef je het mooiste kerstcadeau dat je ooit zult krijgen', beloofde hij. 'Op kerstavond moet je om tien uur drie foto's maken van de kerstboom: midden, links en rechts.' Ik heb op het bewuste moment achter elkaar gefotografeerd. Op de foto's zie je allemaal witte bollen. Steeds op een andere plek. Op één foto zie je twee rode ballen. Misschien was dat wel de tienuurfoto. Het geeft mij een goed gevoel. Het gevolg is wel dat ik op elke digitale foto naar witte bollen zoek.
Fragment uit het interview met de moeder van Floris, gehouden op 21 januari 2006.
Floris is in 2003 plotseling overleden, hij was toen ruim twee jaar oud. Hij heeft een tweelingzusje.
INTERVIEW met de moeder van Nini THEMA : geloof
Het geloof heeft mij wel geholpen, heeft het draaglijker gemaakt. Makkelijker niet. Ik heb het gevoel dat niets voor niets is. Nini is hier niet voor niets gezien. In het begin denk je: waarom overkomt mij dit? Je kunt dan wel boos worden op God - dat hij haar zo'n pijnlijk leventje heeft laten leiden - maar ze heeft de mensen ook iets kunnen geven. Ons zeker.
Mijn visie op leven en dood is niet gewijzigd. Je weet dat de geboorte van een kind betekent dat het ook zal sterven. Dat zijn de enige twee zekerheden die je hebt. Ik vind dat de mensen tegenwoordig zo sterk het gevoel hebben dat ze het leven kunnen maken. Ze houden geen rekening met het onverwachte. Het is jammer dat je niet alles in de hand hebt. Maar eigenlijk is het ook maar beter. Kinderen 'nemen' is ook zo vreselijk gezegd. Het is een godsgeschenk als je een kind krijgt.
Fragment uit het interview met de moeder van Nini, gehouden op 30 januari 2006.
Nini is door zuurstoftekort tijdens de geboorte ernstig gehandicapt geraakt. Ze is in 1982 overleden toen ze bijna zes jaar oud was.
Mijn visie op leven en dood is niet gewijzigd. Je weet dat de geboorte van een kind betekent dat het ook zal sterven. Dat zijn de enige twee zekerheden die je hebt. Ik vind dat de mensen tegenwoordig zo sterk het gevoel hebben dat ze het leven kunnen maken. Ze houden geen rekening met het onverwachte. Het is jammer dat je niet alles in de hand hebt. Maar eigenlijk is het ook maar beter. Kinderen 'nemen' is ook zo vreselijk gezegd. Het is een godsgeschenk als je een kind krijgt.
Fragment uit het interview met de moeder van Nini, gehouden op 30 januari 2006.
Nini is door zuurstoftekort tijdens de geboorte ernstig gehandicapt geraakt. Ze is in 1982 overleden toen ze bijna zes jaar oud was.
INTERVIEW met de vader van Ariëlle THEMA : geloof
Ik geloof dat er meer is. Maar ik geloof niet zozeer in de bijbel. Misschien is God een kracht in jezelf.
Ik geloof in Ariëlle als beschermengeltje van ons. Mijn zus heeft drie jaar geleden een ernstig auto-ongeluk gehad. Het is een wonder dat ze dat heeft overleefd. Ze had alleen een verbrijzeld bekken. Ik denk dat Ariëlle haar heeft moeten beschermen. Voor mij zou het toen te veel zijn geweest als mijn zus was overleden.
Ik heb geen antwoord op de waaromvraag. Er wordt vaak gezegd dat dit het ergste is wat een mens kan overkomen. Ik denk dat dat inderdaad zo is. Je krijgt een kind om het een mooi leven te geven. Met liefde. En lessen te leren. Dat is een geschenk. Je hoort haar niet na zevenenhalve maand te begraven. Men beweert weleens dat iedereen met een taak op aarde komt. En dat de een er tachtig jaar over doet om die te volbrengen, en de ander een paar weken. Het klinkt mooi hoor, maar wat is haar taak dan geweest? Wil iemand mij dat uitleggen? Ik kan er niets mee. Ik ben altijd serieus geweest. Ook in relaties. Ik wilde het - als vader - beter doen dan mijn eigen vader. Beter dan mijn vriend die tijdens de zwangerschap zijn relatie verbrak. En juist ik moet mijn kind begraven. Ik kreeg niet eens een kans om het beter te doen. Dat maakt me zo boos. Ik zal wel nooit een antwoord krijgen.
Fragment uit het interview met de vader van Ariëlle, gehouden op 16 maart 2006.
Ariëlle is in 2002 plotseling overleden toen ze bijna zevenenhalve maand oud was.
Ik geloof in Ariëlle als beschermengeltje van ons. Mijn zus heeft drie jaar geleden een ernstig auto-ongeluk gehad. Het is een wonder dat ze dat heeft overleefd. Ze had alleen een verbrijzeld bekken. Ik denk dat Ariëlle haar heeft moeten beschermen. Voor mij zou het toen te veel zijn geweest als mijn zus was overleden.
Ik heb geen antwoord op de waaromvraag. Er wordt vaak gezegd dat dit het ergste is wat een mens kan overkomen. Ik denk dat dat inderdaad zo is. Je krijgt een kind om het een mooi leven te geven. Met liefde. En lessen te leren. Dat is een geschenk. Je hoort haar niet na zevenenhalve maand te begraven. Men beweert weleens dat iedereen met een taak op aarde komt. En dat de een er tachtig jaar over doet om die te volbrengen, en de ander een paar weken. Het klinkt mooi hoor, maar wat is haar taak dan geweest? Wil iemand mij dat uitleggen? Ik kan er niets mee. Ik ben altijd serieus geweest. Ook in relaties. Ik wilde het - als vader - beter doen dan mijn eigen vader. Beter dan mijn vriend die tijdens de zwangerschap zijn relatie verbrak. En juist ik moet mijn kind begraven. Ik kreeg niet eens een kans om het beter te doen. Dat maakt me zo boos. Ik zal wel nooit een antwoord krijgen.
Fragment uit het interview met de vader van Ariëlle, gehouden op 16 maart 2006.
Ariëlle is in 2002 plotseling overleden toen ze bijna zevenenhalve maand oud was.
INTERVIEW met de moeder van Jip THEMA : geloof
Ik ben jaloers op mensen die steun ervaren aan het geloof bij het verwerken van hun verdriet. Ik wou dat ik dat had. Ik zou willen dat ik onvoorwaardelijk kon geloven dat het goed is zo. Dat het zo hoort te zijn.
Mijn overtuiging dat alles in het leven vaststaat is nog sterker geworden. Dat komt vooral doordat Jip - een volkomen gezond kind - plotseling gestorven is. Dat kan niet normaal zijn. Dat is hetzelfde als wanneer iemand een auto-ongeluk krijgt waarbij de auto total loss is en hij zonder schrammetje uitstapt. Terwijl een ander z'n nek breekt en de auto niets mankeert. Dat is geen toeval. Jips tijd was gekomen. Dat geeft iets van troost. Alhoewel ik denk dat je nergens troost in kunt vinden bij zulke extreme dingen als het verliezen van je kind. Het mag niet gebeuren. Ik geloof dat alleen de tijd het heelt. Daar vertrouw ik op.
Mijn visie op de betrekkelijkheid van het leven is veranderd. Ik was onbevangener. Nu ben ik bang voor wat er allemaal kan gebeuren. Het slechte heeft zo'n enorme impact op je. Meer dan het goede.
Ik vind het kul als mensen zeggen dat je hier sterker uitkomt. Je komt hier niet sterker uit. Het wordt anders. Ik was veel sterker voordat Jip overleed. Ik geloof ook niet dat alles een reden heeft. Misschien gaat dat op voor iemand die borstkanker gehad heeft en weer is genezen. Diegene kan weer verder. Wij kunnen niet meer verder. Er is zo'n gemis.
Ik heb nog geen teken gehad. Was het maar waar. Toen hij net was overleden heb ik wel van hem gedroomd. Hij was dood, maar wilde mij nog een kus geven. Dat ging niet. Z'n lipjes waren stijf. Toen zei hij: 'Het is goed hier, en ze hebben een zwembad en een drumstel.' Dat gaf hij door. Maar ja, dat is een droom. Ik heb het eigenlijk niet gevoeld als een teken. Ik wou dat ik te horen kreeg dat het goed met hem gaat. Geweldig zou dat zijn! Maar als ik anderen over tekens hoor, denk ik eerlijk gezegd dat het allemaal bullshit is.
Fragment uit het interview met de moeder van Jip, gehouden op 9 november 2006.
Jip is in 2005 plotseling overleden toen hij 4 jaar en 8 maanden oud was.
Mijn overtuiging dat alles in het leven vaststaat is nog sterker geworden. Dat komt vooral doordat Jip - een volkomen gezond kind - plotseling gestorven is. Dat kan niet normaal zijn. Dat is hetzelfde als wanneer iemand een auto-ongeluk krijgt waarbij de auto total loss is en hij zonder schrammetje uitstapt. Terwijl een ander z'n nek breekt en de auto niets mankeert. Dat is geen toeval. Jips tijd was gekomen. Dat geeft iets van troost. Alhoewel ik denk dat je nergens troost in kunt vinden bij zulke extreme dingen als het verliezen van je kind. Het mag niet gebeuren. Ik geloof dat alleen de tijd het heelt. Daar vertrouw ik op.
Mijn visie op de betrekkelijkheid van het leven is veranderd. Ik was onbevangener. Nu ben ik bang voor wat er allemaal kan gebeuren. Het slechte heeft zo'n enorme impact op je. Meer dan het goede.
Ik vind het kul als mensen zeggen dat je hier sterker uitkomt. Je komt hier niet sterker uit. Het wordt anders. Ik was veel sterker voordat Jip overleed. Ik geloof ook niet dat alles een reden heeft. Misschien gaat dat op voor iemand die borstkanker gehad heeft en weer is genezen. Diegene kan weer verder. Wij kunnen niet meer verder. Er is zo'n gemis.
Ik heb nog geen teken gehad. Was het maar waar. Toen hij net was overleden heb ik wel van hem gedroomd. Hij was dood, maar wilde mij nog een kus geven. Dat ging niet. Z'n lipjes waren stijf. Toen zei hij: 'Het is goed hier, en ze hebben een zwembad en een drumstel.' Dat gaf hij door. Maar ja, dat is een droom. Ik heb het eigenlijk niet gevoeld als een teken. Ik wou dat ik te horen kreeg dat het goed met hem gaat. Geweldig zou dat zijn! Maar als ik anderen over tekens hoor, denk ik eerlijk gezegd dat het allemaal bullshit is.
Fragment uit het interview met de moeder van Jip, gehouden op 9 november 2006.
Jip is in 2005 plotseling overleden toen hij 4 jaar en 8 maanden oud was.
INTERVIEW met de vader van Joep THEMA : geloof
Ik ben katholiek opgevoed, maar ik geloof niet. Door mijn vrouw heb ik het protestantse geloof leren kennen. Dat vind ik een heel warm geloof. De dominee is vaak bij ons thuis geweest. De mensen uit de gemeenschap hebben interesse getoond. Maar of er een God is die dit geregeld of bepaald heeft..? Daar geloof ik niets van.
Joep is hier af en toe. Gisteravond sloeg ik de map open met emailberichten die we gestuurd hebben na zijn overlijden. De cd-speler begon te spelen. Dat beschouw ik als een teken: ik las die emailberichten en dat ding ging spelen. Ik zei: 'Joep, heb je nog geen slaap?' Ik heb het gevoel dat Joep zelf kan bepalen wanneer hij bij ons is. Dat vind ik een prettige gedachte. Hij laat iets horen via de cd-speler en het Bert & Ernie speelding. Die staan altijd op standby. Anders kan hij niet met ons communiceren. Toen de arts van het ziekenhuis waar Joep gelegen heeft op bezoek was, ging dat apparaat ook spontaan aan. Ik zei: 'Joep is waarschijnlijk blij dat je er bent want hij geeft een teken.' Dat is geen toeval. In het begin dacht ik dat wel hoor, toen zocht ik nog naar verklaringen. Nu niet meer. Het is de timing. Daarom is het van Joep.
Fragment uit het interview met de vader van Joep, gehouden op 21 maart 2006.
Joep kreeg hersenvliesontsteking toen hij 9 weken oud was en is de rest van zijn korte leven ziek geweest. Hij is in 2004 overleden toen hij bijna drie jaar oud was.
Joep is hier af en toe. Gisteravond sloeg ik de map open met emailberichten die we gestuurd hebben na zijn overlijden. De cd-speler begon te spelen. Dat beschouw ik als een teken: ik las die emailberichten en dat ding ging spelen. Ik zei: 'Joep, heb je nog geen slaap?' Ik heb het gevoel dat Joep zelf kan bepalen wanneer hij bij ons is. Dat vind ik een prettige gedachte. Hij laat iets horen via de cd-speler en het Bert & Ernie speelding. Die staan altijd op standby. Anders kan hij niet met ons communiceren. Toen de arts van het ziekenhuis waar Joep gelegen heeft op bezoek was, ging dat apparaat ook spontaan aan. Ik zei: 'Joep is waarschijnlijk blij dat je er bent want hij geeft een teken.' Dat is geen toeval. In het begin dacht ik dat wel hoor, toen zocht ik nog naar verklaringen. Nu niet meer. Het is de timing. Daarom is het van Joep.
Fragment uit het interview met de vader van Joep, gehouden op 21 maart 2006.
Joep kreeg hersenvliesontsteking toen hij 9 weken oud was en is de rest van zijn korte leven ziek geweest. Hij is in 2004 overleden toen hij bijna drie jaar oud was.
INTERVIEW met de moeder van Milan THEMA : geloof
Het geloof in God, daar moet ik helemaal niets van hebben. En dat is alleen maar sterker geworden na het overlijden van Milan. God doet dit soort dingen toch niet?!
Ik zou weleens naar een paragnost willen. Daar ben ik nieuwsgierig naar. Ik ben toch benieuwd of er nog iets is. Maar ik durf niet. Ben bang dat het allemaal niet waar is.
Als ik bij het graf ben gaat de zon vaak ineens schijnen. De eerste twee jaar ging ik elke dag naar het graf. Er was altijd een vogeltje dat begon te fluiten. Dat gaf mij het gevoel dat Milan me zag. Hij wist dat ik er was.
Fragment uit het interview met de moeder van Milan, gehouden op 24 mei 2006.
Milan is in 2002 plotseling overleden toen hij bijna drieënhalf jaar oud was.
Ik zou weleens naar een paragnost willen. Daar ben ik nieuwsgierig naar. Ik ben toch benieuwd of er nog iets is. Maar ik durf niet. Ben bang dat het allemaal niet waar is.
Als ik bij het graf ben gaat de zon vaak ineens schijnen. De eerste twee jaar ging ik elke dag naar het graf. Er was altijd een vogeltje dat begon te fluiten. Dat gaf mij het gevoel dat Milan me zag. Hij wist dat ik er was.
Fragment uit het interview met de moeder van Milan, gehouden op 24 mei 2006.
Milan is in 2002 plotseling overleden toen hij bijna drieënhalf jaar oud was.
INTERVIEW met de vader van Rosa THEMA : geloof
Ik geloofde niet in God en ik geloof nog steeds niet in God. Na het overlijden van Rosa is mijn visie op leven en dood wel radicaal veranderd. Ik geloofde eerst dat er niets is na de dood. Nu denk ik dat Rosa ergens is. Ze kijkt met ons mee. Het zou kunnen dat ik haar later tegenkom. Ik haal steun uit die wetenschap. Maar ik heb er geen concrete voorstelling bij.
In het begin, na haar overlijden, zat ze op de achterbank in de auto. Ik praatte hardop tegen haar. Dat veranderde in praten in mijn hoofd. Nu zit ze niet meer op de achterbank. Maar ik praat nog weleens met haar. Soms heb ik het gevoel dat ik antwoord krijg. In de vorm van een soort stemmetje dat geruststellende dingen zegt om mijn twijfels weg te nemen. Twijfels over of ik wel goed voor haar geweest ben toen ze nog leefde. Of ik niet eerder de dokter had moeten waarschuwen. Of ik niet gefaald heb toen ze overleed. Ik geloof niet in een teken. Wel in dat stemmetje. In het begin voelde ik totale wanhoop. Ik heb toen weleens gedacht: kan ze dan geen sms-je sturen? Zoiets. Ze moet ergens zijn. Is er echt geen contact mogelijk? Waarom niet?
Fragment uit het interview met de vader van Rosa, gehouden op 16 oktober 2006.
Rosa is in 2003 plotseling overleden, ze was toen bijna negen jaar oud.
In het begin, na haar overlijden, zat ze op de achterbank in de auto. Ik praatte hardop tegen haar. Dat veranderde in praten in mijn hoofd. Nu zit ze niet meer op de achterbank. Maar ik praat nog weleens met haar. Soms heb ik het gevoel dat ik antwoord krijg. In de vorm van een soort stemmetje dat geruststellende dingen zegt om mijn twijfels weg te nemen. Twijfels over of ik wel goed voor haar geweest ben toen ze nog leefde. Of ik niet eerder de dokter had moeten waarschuwen. Of ik niet gefaald heb toen ze overleed. Ik geloof niet in een teken. Wel in dat stemmetje. In het begin voelde ik totale wanhoop. Ik heb toen weleens gedacht: kan ze dan geen sms-je sturen? Zoiets. Ze moet ergens zijn. Is er echt geen contact mogelijk? Waarom niet?
Fragment uit het interview met de vader van Rosa, gehouden op 16 oktober 2006.
Rosa is in 2003 plotseling overleden, ze was toen bijna negen jaar oud.
INTERVIEW met de moeder van Joep THEMA : geloof
Ik ben Nederlands Hervormd en ga regelmatig naar de kerk. Mijn geloof is gaan wankelen nadat Joep stierf. Al die woorden die je in de kerk hoort... Ik kon er niets meer mee. Ik geloof in het goede. Maar het is niet goed als een kind dat niets misdaan heeft zo moet lijden. Ik ben gaan zoeken. Wat betekent het voor mij? We hadden een heel mooie herdenkingsdienst. Maar de maanden erna kon ik niet in de kerk komen. Ik zag steeds zijn kistje staan en moest alleen maar huilen. Ik was verpletterd.
Het geeft houvast om te geloven dat je niet in het niets verdwijnt. Dat er leven is na de dood. En dat het belangrijk is wat je in het leven betekent voor een ander. Ik zie het als een weg die je gaat. Onderweg kom je van alles tegen. Uiteindelijk kom je ergens een stap verder. Het is een leerweg. Ik geloof niet dat het Gods wil is om Joep niet langer op aarde te laten zijn.
Misschien geloof ik wel niet in God, maar in iets. Een energie die in je zit. Die je krijgt. Die je uit andere mensen haalt. Het is mooi om te denken dat God daar achter zit, maar ik heb er geen bewijs voor.
Joep is ergens gebleven. Hoe weet ik niet. Af en toe krijg ik een signaal. De laatste vakantie met Joep waren we in Noorwegen. Daar zaten we in een wintersprookje. De dagen voordat hij overleed sneeuwde het. Op zijn sterfdag lag er een pak sneeuw zoals er in jaren niet gelegen had. Dat beschouw ik als een teken. Als het nu sneeuwt huppel ik door de straten. Dan denk ik aan hem. Hij maakt de wereld stil. Ik vind het fijn om te denken dat Joep daar een handje in heeft.
Zijn lichaam ligt op het kerkhof. Maar zijn ziel is in de hemel. En bij ons. Bij mij. Ik geloof rotsvast dat ik hem weer zal zien als het mijn tijd is. Die wetenschap geeft ontzettend veel kracht.
Fragment uit het interview met de moeder van Joep, gehouden op 10 maart 2006.
Joep kreeg een hersenvliesontsteking toen hij 9 weken oud was en is de rest van zijn korte leven ziek geweest. Hij is in 2004 overleden toen hij bijna 3 jaar oud was.
Het geeft houvast om te geloven dat je niet in het niets verdwijnt. Dat er leven is na de dood. En dat het belangrijk is wat je in het leven betekent voor een ander. Ik zie het als een weg die je gaat. Onderweg kom je van alles tegen. Uiteindelijk kom je ergens een stap verder. Het is een leerweg. Ik geloof niet dat het Gods wil is om Joep niet langer op aarde te laten zijn.
Misschien geloof ik wel niet in God, maar in iets. Een energie die in je zit. Die je krijgt. Die je uit andere mensen haalt. Het is mooi om te denken dat God daar achter zit, maar ik heb er geen bewijs voor.
Joep is ergens gebleven. Hoe weet ik niet. Af en toe krijg ik een signaal. De laatste vakantie met Joep waren we in Noorwegen. Daar zaten we in een wintersprookje. De dagen voordat hij overleed sneeuwde het. Op zijn sterfdag lag er een pak sneeuw zoals er in jaren niet gelegen had. Dat beschouw ik als een teken. Als het nu sneeuwt huppel ik door de straten. Dan denk ik aan hem. Hij maakt de wereld stil. Ik vind het fijn om te denken dat Joep daar een handje in heeft.
Zijn lichaam ligt op het kerkhof. Maar zijn ziel is in de hemel. En bij ons. Bij mij. Ik geloof rotsvast dat ik hem weer zal zien als het mijn tijd is. Die wetenschap geeft ontzettend veel kracht.
Fragment uit het interview met de moeder van Joep, gehouden op 10 maart 2006.
Joep kreeg een hersenvliesontsteking toen hij 9 weken oud was en is de rest van zijn korte leven ziek geweest. Hij is in 2004 overleden toen hij bijna 3 jaar oud was.
INTERVIEW met de moeder van Bob THEMA : geloof
Ik geloof niet in één god. Er is meer tussen hemel en aarde. Dat dacht ik altijd al, maar daar ben ik nog meer van overtuigd geraakt door de dingen die ik de laatste jaren heb meegemaakt.
Vlak na het overlijden van Bob (in het ziekenhuis) hadden mijn man en ik allebei heel sterk het gevoel dat zijn ziel er niet meer was. We hebben toen een ster gezien. Voor ons was dat een duidelijk signaal. Tegen de kinderen hebben we gezegd dat Bob een ster is geworden. Dat biedt houvast. Geeft er een vorm aan. En dat was fijn in een periode waarin veel onzekerheid was.
Ik stond een keer te strijken met de radio aan, toen ik het nummer Iris van de Go Go Dolls hoorde. 'Everything is meant to be broken, I just wanted you to know who I am.' Ik moest enorm huilen. Hij wilde gewoon nog even bij ons zijn! Zo voelde het. Waarom overlijdt een kind dat zo ontzettend ziek is anders niet tijdens de zwangerschap? Hij zag er helemaal gaaf uit. Echt een kind van ons. Hij wilde zich nog even laten zien. Hij is er geweest. Dat kun je niet ontkennen.
Fragment uit het interview met de moeder van Bob, gehouden op 14 november 2005.
In mei 2003 is er met 25 weken zwangerschap een pretecho gemaakt. Daaruit bleek dat Bob een 'duidelijk gecompliceerde hartafwijking' had. Na de (normale) bevalling bleek er veel meer aan de hand te zijn. Bob heeft drie uur geleefd.
Vlak na het overlijden van Bob (in het ziekenhuis) hadden mijn man en ik allebei heel sterk het gevoel dat zijn ziel er niet meer was. We hebben toen een ster gezien. Voor ons was dat een duidelijk signaal. Tegen de kinderen hebben we gezegd dat Bob een ster is geworden. Dat biedt houvast. Geeft er een vorm aan. En dat was fijn in een periode waarin veel onzekerheid was.
Ik stond een keer te strijken met de radio aan, toen ik het nummer Iris van de Go Go Dolls hoorde. 'Everything is meant to be broken, I just wanted you to know who I am.' Ik moest enorm huilen. Hij wilde gewoon nog even bij ons zijn! Zo voelde het. Waarom overlijdt een kind dat zo ontzettend ziek is anders niet tijdens de zwangerschap? Hij zag er helemaal gaaf uit. Echt een kind van ons. Hij wilde zich nog even laten zien. Hij is er geweest. Dat kun je niet ontkennen.
Fragment uit het interview met de moeder van Bob, gehouden op 14 november 2005.
In mei 2003 is er met 25 weken zwangerschap een pretecho gemaakt. Daaruit bleek dat Bob een 'duidelijk gecompliceerde hartafwijking' had. Na de (normale) bevalling bleek er veel meer aan de hand te zijn. Bob heeft drie uur geleefd.
INTERVIEW met de vader van Milan THEMA : geloof
Ik geloof niet. Het overlijden van Milan heeft me eigenlijk nog verder van het geloof gebracht. Als er werkelijk een God zou bestaan, hoe is het dan mogelijk dat zoiets kon gebeuren? Een maand of twee na het overlijden sprak ik een vrouw. Ze zei: 'God heeft graag kinderen om zich heen.' Toen zei ik: 'Waarom moet dat dan precies míjn jongen zijn?'
Ik rijd motor. Als ik morgen tegen een boom rijd, zou ik dat niet erg vinden. Niet dat ik zelfmoord wil plegen hoor, maar ik ben niet meer bang voor de dood. Ik heb de stille hoop dat ik Milan tegenkom. Dat we weer samen zijn. Ik ga niet naar iets onbekends. Natuurlijk laat ik dan m'n gezin achter en zal er veel verdriet zijn. Maar ik ben er niet meer bang voor.
Een collega van mij gaat weleens 'op reis door het heelal'. Iets met indianen en trommels. Hij kan buiten zichzelf treden. We hadden het erover of er iets zou zijn na de dood. Ik liet doorschemeren dat ik benieuwd was hoe het met Milan ging. Hij beloofde dat hij tijdens z'n volgende reis naar hem op zoek zou gaan. Een paar dagen later riep hij me bij zich. Hij was Milan tegengekomen. 'Hij was een beetje verdwaald, en hij is boos en vindt het oneerlijk.' De collega heeft Milan aan de hand meegenomen en op het juiste pad gezet. Hij zei ook dat ik op vogels moest letten. Ik heb tijdens de vakantie extra goed opgelet, maar niets bijzonders gezien. Sinds een maand of drie zie ik overal een duif. Ik weet niet of het steeds dezelfde is. Hij zit bij ons in de boom. Of aan de overkant bij de huizen. Of vlakbij de nieuwe flat van mijn ouders waar ik regelmatig aan het klussen ben. Op de begraafplaats zit ie ook af en toe. Soms denk ik: zou het dan toch?
Ik laat het bij die ene keer. Stel je voor dat ik nieuws krijg dat ik eigenlijk helemaal niet wil horen. Nee, ik geloof er niet in. Maar ik zou het wel heel mooi vinden.
Fragment uit het interview met de vader van Milan, gehouden op1 juni 2006.
Milan is in 2002 plotseling overleden toen hij bijna drieënhalf jaar oud was.
Ik rijd motor. Als ik morgen tegen een boom rijd, zou ik dat niet erg vinden. Niet dat ik zelfmoord wil plegen hoor, maar ik ben niet meer bang voor de dood. Ik heb de stille hoop dat ik Milan tegenkom. Dat we weer samen zijn. Ik ga niet naar iets onbekends. Natuurlijk laat ik dan m'n gezin achter en zal er veel verdriet zijn. Maar ik ben er niet meer bang voor.
Een collega van mij gaat weleens 'op reis door het heelal'. Iets met indianen en trommels. Hij kan buiten zichzelf treden. We hadden het erover of er iets zou zijn na de dood. Ik liet doorschemeren dat ik benieuwd was hoe het met Milan ging. Hij beloofde dat hij tijdens z'n volgende reis naar hem op zoek zou gaan. Een paar dagen later riep hij me bij zich. Hij was Milan tegengekomen. 'Hij was een beetje verdwaald, en hij is boos en vindt het oneerlijk.' De collega heeft Milan aan de hand meegenomen en op het juiste pad gezet. Hij zei ook dat ik op vogels moest letten. Ik heb tijdens de vakantie extra goed opgelet, maar niets bijzonders gezien. Sinds een maand of drie zie ik overal een duif. Ik weet niet of het steeds dezelfde is. Hij zit bij ons in de boom. Of aan de overkant bij de huizen. Of vlakbij de nieuwe flat van mijn ouders waar ik regelmatig aan het klussen ben. Op de begraafplaats zit ie ook af en toe. Soms denk ik: zou het dan toch?
Ik laat het bij die ene keer. Stel je voor dat ik nieuws krijg dat ik eigenlijk helemaal niet wil horen. Nee, ik geloof er niet in. Maar ik zou het wel heel mooi vinden.
Fragment uit het interview met de vader van Milan, gehouden op1 juni 2006.
Milan is in 2002 plotseling overleden toen hij bijna drieënhalf jaar oud was.
INTERVIEW met de moeder van Gijs THEMA : geloof
Ik was altijd heel nuchter: je leeft hier op aarde, daarna ga je dood en dan houdt het op. Punt uit. Ik kon me niets voorstellen bij een hemel. Daar ben ik anders over gaan denken na de dood van Gijs. Ook omdat het wel heel hard is voor jezelf. Dus om het voor mijzelf wat zachter te maken vind ik het fijn om - soms - te geloven dat Gijs bij mijn ouders is. En bij de vader van mijn man. Hij is dus niet alleen. Ze vinden warmte bij elkaar.
Ik had een zekere angst voor de dood. Ik heb het altijd iets mysterieus, iets engs gevonden. Nu ik er zo dichtbij ben geweest, is het enge ervan af. Een dood mens ís niet eng. Ik ben me erg bewust geworden van het feit dat het zomaar afgelopen kan zijn. Daardoor sta ik anders in het leven. Ik ben er niet banger door geworden. Ik denk eerder: geniet maar van wat je wel hebt.
Ik hoop dat ik nog een hele tijd krijg voordat ik dood ga. Voornamelijk voor mijn andere zoon. Als ik doodga is dat wéér een verlies. Ik wil hem zoveel mogelijk ellende besparen. Ook voor mijn man en mezelf hoor, ik wil graag nog een tijdje samen zijn. Of ik Gijs ooit weer zal zien weet ik niet. Mijn grote vraag is hoe we elkaar in godsnaam zullen kunnen vinden. Zijn er vakjes gemaakt?
Fragment uit het interview met de moeder van Gijs, gehouden op 3 juli 2006.
In 1999 wordt er bij Gijs een tumor ontdekt bij de hersenstam. Vier maanden na de ontdekking overlijdt hij. Gijs is zesenhalf jaar oud geworden.
Ik had een zekere angst voor de dood. Ik heb het altijd iets mysterieus, iets engs gevonden. Nu ik er zo dichtbij ben geweest, is het enge ervan af. Een dood mens ís niet eng. Ik ben me erg bewust geworden van het feit dat het zomaar afgelopen kan zijn. Daardoor sta ik anders in het leven. Ik ben er niet banger door geworden. Ik denk eerder: geniet maar van wat je wel hebt.
Ik hoop dat ik nog een hele tijd krijg voordat ik dood ga. Voornamelijk voor mijn andere zoon. Als ik doodga is dat wéér een verlies. Ik wil hem zoveel mogelijk ellende besparen. Ook voor mijn man en mezelf hoor, ik wil graag nog een tijdje samen zijn. Of ik Gijs ooit weer zal zien weet ik niet. Mijn grote vraag is hoe we elkaar in godsnaam zullen kunnen vinden. Zijn er vakjes gemaakt?
Fragment uit het interview met de moeder van Gijs, gehouden op 3 juli 2006.
In 1999 wordt er bij Gijs een tumor ontdekt bij de hersenstam. Vier maanden na de ontdekking overlijdt hij. Gijs is zesenhalf jaar oud geworden.
Abonneren op:
Posts (Atom)