TROOSTGEDICHT Op en dag - Voltaire/Veronica A. Shoffstall

Op een dag

Op een dag zul je het subtiele verschil kennen
tussen een hand vasthouden en een ziel ketenen.
Dan leer je dat liefde niet betekent: leunen.
En dat gezelschap niet betekent: veiligheid.
Je ontdekt dat een kus geen contract is
en een cadeau geen belofte.
Je begint je nederlagen te accepteren
met je hoofd omhoog en je ogen open.
Je leert te vertrouwen op vandaag,
omdat morgen te onzeker is voor plannen.
Na een poos leer je dat zelfs zonneschijn je verbrandt
als je er te veel van krijgt.
Dan wordt het tijd je eigen tuin te beplanten
en dan zorg je voor je eigen ziel
en wacht je niet langer op de wonderen van buitenaf.
En dan weet je, dat je het écht kunt volhouden
en dat je écht sterk bent en dat je echt waarde hebt.
En je leert en leert.
Bij ieder afscheid leer je.


After a while
by Veronica A. Shoffstall
of uit Candide van Voltaire
Ik kan zo snel niet vinden wie dit gedicht geschreven heeft,

en wat de originele titel is. Wie weet het?



TROOSTBOEK Het leven een handleiding - Stephen Grosz

Over afsluiten

(...)

Alice P. en Edmud K. rouwen, maar ieder op hun eigen manier. Wat ze gemeen hebben is dit: ze lijden nog meer omdat ze niet weten hoe ze deze periode van rouw moeten afsluiten.
Ze lijden nog meer omdat ze allebei verwachten vooruitgang te boeken, door bepaalde stadia van rouw heen te gaan. En wanneer dat niet gebeurt, denken ze dat ze iets verkeerd doen, of preciezer gezegd, dat er aan hen iets niet deugt. Ze lijden dubbel - eerst door de rouw en daarna door de tirannie van het ´ik had en ik zou´: ´ik had me hieraan moeten onttrekken´; ´ik zou niet zo boos moeten zijn´, ´ik had het achter me moeten laten´, enzovoort. Dit is niet de plek voor emotioneel onderzoek of emotioneel begrip. Deze toestand leidt tot zelfhaat, wanhoop, depressie.

Het begrip afsluiten - klaar zijn met rouwen - vindt zijn oorsprong bijna zeker in het werk van Elisabeth Kübler-Ross. In de jaren zestig van de vorige eeuw stelde zij vijf psychologische fasen vast in de ervaring van terminaal zieke patiënten, de laatste ervan is ´aanvaarding´. Zo´n vijfentwintig jaar geleden begonnen Kübler-Ross en tal van andere rouwbegeleiders deze vijf fasen te gebruiken om de ervaringen van stervenden én rouwenden te beschrijven.
Ik heb lang gedacht dat Kübler-Ross ongelijk had. De ´psychologische fasen´ van sterven en rouwen zijn totaal anders. Voor de stervende is er een einde, maar niet voor wie rouwen. Degene die rouwt gaat door met leven en zolang hij leeft zal er altijd de mogelijkheid bestaan om die rouw opnieuw te beleven.

Ieder van ons rouwt op een andere manier, maar in het algemeen verminderen de eerste schok en het verdriet dat door een sterfgeval wordt veroorzaakt na verloop van tijd. Door actief te rouwen voelen we ons steeds beter, hoewel er altijd wel wat verdriet achterblijft. Vakanties en verjaardagen zijn altijd moeilijk. De rouw kan wegebben om dan, zonder waarschuwing, weer volop terug te komen. Het verlies van een kind, een verlies door zelfdoding - vul zelf maar in, kan en zal leiden tot een langdurig rouwproces.

(...)

Mijn ervaring is dat afsluiten een bijzonder overtuigende fantasie van het rouwen is. Het is een verzinsel dat we kunnen liefhebben, verliezen en lijden, en dan vervolgens iets kunnen doen om het rouwproces voor eens en voor altijd af te sluiten. We willen geloven dat we het rouwproces kunnen afsluiten omdat rouw ons kan verrassen en ontregelen - jaren na het verlies zelfs.

(...)

Na dat telefoongesprek schoot de gedachte door me heen dat we naar helderzienden gaan als we onze doden nodig hebben en de eindigheid van de dood niet kunnen aanvaarden. We willen geloven dat de helderziende onze doden terug kan brengen in de wereld van de levenden. Afsluiten is niet minder bedrieglijk - het is de valse hoop dat we onze reëel bestaande rouw kunnen verdoven.


Grosz S, Het leven een handleiding


(bladzijde 206 - 210)
Uitgeverij Atlas Contact Amsterdam/Antwerpen, 2013, ISBN 978 90 450 23892